afremmen

werkw.
Uitspraak:  [ˈɑfrɛmə(n)]
Afbreekpatroon:  af·rem·men
Vervoegingen:  remde af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgeremd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

minder snel laten gaan
Voorbeelden:  `de groei van een kankergezwel afremmen`,
`afremmen voor een stoplicht`
Antoniem:  versnellen


Synoniemen
afzwakken   remmen   stoppen   versnellen (antoniem)   

3 definities op Encyclo
  • • [ov] de snelheid van iets doen verminderen
  • 1) Stoppen 2) Tegenhouden 3) De snelheid verminderen 4) Snelheid verminderen 5) Vaart minderen 6) Snelheid terugbrengen 7) Snelheid minderen 8) Minder laten worden 9) Tot stilstand brengen 10) Matigen 11) Smoren 12) Temperen 13) Vertragen 14) Tegengaan 15) Afzwakken 16) Inhouden 17) Remmen 18) Langzaam doen g...
  • met twee draden tegelijk breien. Vooral gebruikt voor randmazen, zoals de remmingmaas. Ook dubbelbreien genoemd. [Links: Diverse termen inzake het vistuig .] Genoemd in: Dr. Th. H. van Doorn, Terminologie van Riviervissers in Nederland.
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van afremmen?
De verleden tijd van afremmen is 'remde af'. Het voltooid deelwoord is 'heeft afgeremd'.
Wat betekent afremmen?
'minder snel laten gaan'
Hoe spel je afremmen?
afremmen spel je A F R E M M E N
Wat is een ander woord voor afremmen?
Andere woorden voor afremmen zijn afzwakken, remmen en stoppen.
Wat is het tegenovergestelde van afremmen?
Een antoniem van afremmen is versnellen.

Op andere websites
Zoek afremmen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek afremmen op Google
Zoek afremmen op Woordenlijst.org
Zoek afremmen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek afremmen op Wikipedia