afstijgen

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfstɛixə(n)]
Vervoegingen:  steeg af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is afgestegen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

van een paard of ander rijdier afstappen
Voorbeeld:  `De ruiter moet leren op- en af te stijgen.`
Antoniem:  opstijgen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdalen afklimmen afstappen omlaagklauteren

2 definities op Encyclo
  1. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Afstijgen``] Zie Opstijgen
  2. 1) Afdalen 2) Afklimmen 3) Afstappen 4) Naar beneden gaan 5) Nederstijgen 6) Omlaagklauteren
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afstijgen (naar beneden gaan)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 89% van de Nederlanders en 89% van de Vlamingen het woord `afstijgen`.