afschepen met

werkw.
Uitspraak:  ɑfsxepə(n) mɛt]
Vervoegingen:  scheepte af met (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgescheept met (volt.deelw.)

(iemand) wegsturen met iets dat voor hem weinig waarde heeft
Voorbeeld:  `Laat je niet afschepen met een te lage schadevergoeding!`
Synoniem:  afpoeieren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afpoeieren