afschepen

werkw.
Verbuigingen:  scheepte af
Verbuigingen:  afgescheept

onder voorwendselen iemand onverrichter zake wegsturen.
Voorbeeld:  `We laten ons niet meer door de onbeschofte verkoper afschepen, als we onze zin niet krijgen vragen we naar zijn superieur.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
afwimpelen wegsturen

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand afschepen (=met een voorwendsel wegzenden)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. Spreekwoorden: (1914) Iemand afschepen. ‘Het werkwoord afschepen werd in de middeleeuwen gebruikt in den zin van goederen, koopwaren inschepen en wegzenden, ze in e...
  2. Spreekwoorden: (1914) Iemand afschepen. 'Het werkwoord afschepen werd in de middeleeuwen gebruikt in den zin van goederen, koopwaren inschepen en wegzenden, ze in een vaa...
  3. 1) Afpoeieren 2) Afwimpelen 3) Wegsturen 4) Wegzenden 5) Zich van iemand afmaken
  4. met een schip afvoeren. U> Zie ook: verschepen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met afschepen:
afschepen met

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afschepen (iemand onverrichter zake wegsturen, afpoeieren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `afschepen`.