de afmaker

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['ɑfmakər]
Verbuigingen:  afmaker|s (meerv.)

de afmaakster

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['ɑfmakstər]
Verbuigingen:  afmaakster|s (meerv.)

iemand die veel doelpunten kan maken sport
Voorbeeld:  `Onze voetbalclub mist een afmaker en verliest.`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. iemand die in een sportwedstrijd het voorbereidende werk van zijn team afmaakt door te scoren of de overwinning te behalen
  2. 1) Iemand die na een combinatie het doelpunt maakt 2) Moordenaar 3) Persoon die de walvis afmaakt
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 93% van de Nederlanders en 78% van de Vlamingen het woord `afmaker`.