I interim

bijv.naamw.



II interim

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  interims
Verbuigingen:  interimmetje

1) de interim (m): tijdelijke werkkracht, interimaris

2) het interim: (in Nederland) tweemaal per jaar uitbetaalde ziektekostenuitkering voor ambtenaren

3) het interim: (in België, niet algemeen) tussentijds ambt, tijdelijke betrekking


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
tussenpoos tussentijd uitkering

Spreekwoorden en zegswijzen
• ad interim (=tijdelijk - tussentijds)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. tijdelijke, voorlopige vb: hij maakt deel uit van de interim regering
  2. Let op: Spelling van 1858 een geloofsvoorschrift, hetwelk keizer Karel V., in het jaar 1548, door drie godgeleerden liet opstellen, en, tot op eene algemeene kerkelijke v...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. tussentijd; tussenhandeling; ad -, voorloopig, voor 's hands, tijdelijk; minister ad -.
  4. 1) Tijdelijk 2) Tijdelijk plaatsvervanger 3) Tijdelijk vervanger 4) Tijdelijke betrekking 5) Tijdelijke waarneming 6) Tijdelijke werkkracht 7) Tussenpoos 8) Tussentijd 9)...
  5. Belgisch Nederlands tijdelijke betrekking
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met interim:
interim-aandeleninterim-adviezeninterim-bestuurderinterim-dividendeninterim-managementinterim-managerinterim-managersinterim-premierinterim-presidentinterim-rapporteninterimairinterimarisseninterimkantoorinterimkantoreninterims

Deze woorden eindigen op interim:
ad interim

Herkomst volgens etymologiebank.nl
interim (tussentijds, tijdelijk)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `interim`.