3 definities op Encyclo
- Maand waarin een optie-, warrant- of futurecontract afloopt. Voor Nederlandse opties zien we vaak de cyclus Jan,Apr,Jul en oktober. In spreektaal vaak de `januarioptie, de apriloptie` etc genoemd. ( > beleggen > effecten > opties > standaard)
- De maand waarin een optie of een future ophoudt te bestaan of wel expireert. De verschillende afloop- of expiratiemaanden vormen tezamen een cyclus.
- De maand waarin een optie of een future ophoudt te bestaan of wel expireert.
Toon uitgebreidere definitiesOp andere websites
Zoek afloopmaand in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek afloopmaand op
Google
Zoek afloopmaand op
Woordenlijst.org
Zoek afloopmaand in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek afloopmaand op
Wikipedia