afkomen op

werkw.
Uitspraak:  ɑfkomə(n) ɔp]
Vervoegingen:  kwam af op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is afgekomen op (volt.deelw.)

naar iemand of iets toe komen
Voorbeelden:  `Vliegen komen af op zoetigheid.`,
`Er kwam veel publiek af op de uitverkoop.`

© Kernerman Dictionaries.

Intensiveringen
Hoe kun je afkomen op krachtiger uitdrukken?
als vliegen op de stroop afkomen; erop afkomen als bijen op de honing; erop afkomen als vliegen op de stroop;