het achterkleinkind
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | [ˈɑxtərklɛinkɪnt] |
| Afbreekpatroon: | ach·ter·klein·kind |
| Verbuigingen: | achterkleinkinderen (meerv.) |
kind van je kleinkind | Voorbeeld: | `twee kinderen, vier kleinkinderen en twee achterkleinkinderen` | |
5 definities op Encyclo
- , kind van een kleinkind.
- • [familie] het kind van iemands kleinkind.
- 1) Nakomeling
- kind van een kleinkind van iemand; zoon of dochter van een kleinzoon of kleindochter
- kind van een kleinkind Jaar van herkomst: 1784-1785 (WNT )
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
achterkleinkind (kind van een kleinkind)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de achterkleinkind' of 'het achterkleinkind'?
Het is 'het achterkleinkind', want achterkleinkind is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat achterkleinkind'.
Wat is het meervoud van achterkleinkind?
Het meervoud van achterkleinkind is 'achterkleinkinderen'. Eén achterkleinkind, twee achterkleinkinderen.
Wat betekent achterkleinkind?
'kind van je kleinkind'
Hoe spel je achterkleinkind?
achterkleinkind spel je A C H T E R K L E I N K I N D Op andere websites
Zoek achterkleinkind in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek achterkleinkind op
Google
Zoek achterkleinkind op
Woordenlijst.org
Zoek achterkleinkind in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek achterkleinkind op
Wikipedia