achteren

bijwoord
Uitspraak:  ɑxtərən]

1)
naar achteren  (naar het achtergedeelte) `van achteren naar voren komen`

2)
van achteren  (aan de achterkant) `Zij heeft het haar van voren kort en van achteren een paardenstaart.` Antoniem: van voren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
van voren) (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• van voren niet weten of men van achteren leeft (=erg dom zijn / erg ziek zijn)
• ogen van achteren en van voren hebben (=alles in de gaten kunnen houden)
• liever van achteren zien dan van voren (=niet goed kunnen verdragen)
• hij weet van voren niet dat hij van achteren leeft (=hij is erg dom)
Naar de spreekwoorden

2 definities op Encyclo
  1. •"van ~" aan de achterzijde, vanaf de achterzijde •"naar ~" in achterwaartse richting •"van voren tot achteren": geheel en al. • [archaïsch] "ten ~": achterlijk,...
  2. 1) Achter
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
achteren

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 86% van de Vlamingen het woord `achteren`.