I accessen

werkw.
Afbreekpatroon:  ac - 'ces - sen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  accesste / acceste (verl.tijd )
Vervoegingen:  geaccesst / geaccest (volt.deelw.)

toegang krijgen computer
Voorbeeld:  `hij kreeg de data niet geaccesst via de gebruikelijke verbinding`


II acces