absolveren

werkw.
Verbuigingen:  absolveerde
Verbuigingen:  geabsolveerd

1) ''(rooms-katholicisme)'' zonden vergeven
Voorbeeld:  `De man werd geabsolveerd.`

2) (van tentamens) vrijstelling verlenen
Voorbeeld:  `De leerling werd voor één keer geabsolveerd.`


Bron: WikiWoordenboek.

7 definities op Encyclo
  1. Vrijspreken, ontslaan van rechtsvervolging.
  2. vrijstellen van straf of vervolging, vrijspreken, van aansprakelijkheid ontheffen
  3. voltooien.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bedrijvend werkwoord gelijkvloeiend (ik absolveerde, heb geabsolveerd), vrijspreken; ontbinden; voleinden. *...SORBEREN, bedrijve...
  5. •"(rooms-katholicisme)" zonden vergeven. •(van tentamens) vrijstelling verlenen.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
absolveren (kwijtschelden; de zonden vergeven)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 65% van de Nederlanders en 59% van de Vlamingen het woord `absolveren`.