aanvaren

werkw.
Uitspraak:  ['anvarə(n)]
Afbreekpatroon:  aan·va·ren
Vervoegingen:  voer aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft, is aangevaren (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) varend naderen
Voorbeeld:  `Daar komt in de verte een schip aanvaren.`

2) terwijl je vaart op of tegen iets botsen
Voorbeelden:  `door de mist een schip aanvaren`,
`tegen een boei aanvaren`


Synoniemen
rammen   

3 definities op Encyclo
  • 1) Rammen 2) Botsen met een boot 3) Op het water iets raken 4) Botsen 5) Overvaren
  • 1> naar iets toe varen. Gerelateerde termen: aanzeilen, aandrijven. 2> tijdens het varen iets raken. 3> met een schip iets aanvoeren. Voorbeeld: alle bouwstoffen moesten aangevaren worden.
  • al varend naderen
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van aanvaren?
De verleden tijd van aanvaren is 'voer aan'. Het voltooid deelwoord is 'heeft, is aangevaren'.
Wat betekent aanvaren?
'varend naderen' en 'terwijl je vaart op of tegen iets botsen'
Hoe spel je aanvaren?
aanvaren spel je A A N V A R E N
Wat is een ander woord voor aanvaren?
Een ander woord aanvaren is rammen.

Op andere websites
Zoek aanvaren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek aanvaren op Google
Zoek aanvaren op Woordenlijst.org
Zoek aanvaren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek aanvaren op Wikipedia