aantreden

werkw.
Uitspraak:  ['antredə(n)]
Afbreekpatroon:  aan·tre·den
Vervoegingen:  trad aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is aangetreden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) beginnen te werken in een (vaak hogere) functie
Voorbeeld:  `Het kabinet treedt morgen aan.`

2) op een bepaalde plaats in de houding gaan staan defensie
Voorbeeld:  `het leger laten aantreden`

3) zich opstellen sport
Voorbeeld:  `met twee ploegen in dezelfde competitie aantreden`


Synoniemen
aanvaarding   begin   toetreden   

2 definities op Encyclo
  • 1) Bijeenkomen 2) Zich melden 3) In het gelid staan 4) In het gelid gaan staan 5) In een bepaalde richting stappen 6) Zich verzamelen 7) Aanvaarding 8) Optreden 9) Sneller voortgaan 10) Toetreden 11) Begin 12) Opstellen 13) Opdraven
  • verzamelen en in het gelid gaan staan; beginnen te functioneren
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van aantreden?
De verleden tijd van aantreden is 'trad aan'. Het voltooid deelwoord is 'is aangetreden'.
Wat betekent aantreden?
'beginnen te werken in een (vaak hogere) functie' en 'op een bepaalde plaats in de houding gaan staan' en 'zich opstellen'
Hoe spel je aantreden?
aantreden spel je A A N T R E D E N
Wat is een ander woord voor aantreden?
Andere woorden voor aantreden zijn aanvaarding, begin en toetreden.

Op andere websites
Zoek aantreden in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek aantreden op Google
Zoek aantreden op Woordenlijst.org
Zoek aantreden in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek aantreden op Wikipedia