• zuipen als een ketter (=erg veel (alcoholische drank) drinken) • voor iemand kruipen (=van iemand schrik hebben , slaafs alles doen wat hij vraagt) • op je luimen/luipen (=op de loer) • onder de wol kruipen (=naar bed gaan) • in zijn schulp kruipen (=zich in zichzelf terugtrekken, niet verder aandringen) Toon alle 11 spreekwoorden die Uipen bevatten