• zo stom als een vis (=iemand die geen woord zegt) • wie een zin begint met ik is een grote stommerik. (=ik aan het begin van een zin is niet zoals het hoort) • stommetje spelen (=niets willen zeggen) • met stomheid geslagen (=plotseling geen woord meer kunnen zeggen) • geld dat stom is, maakt recht wat krom is (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten) Naar de spreekwoorden
10 definities op Encyclo
'TOM' was een Nederlandse effectenbeurs. De beurs is opgericht in 2009 als joint venture tussen beurshandelaar Optiver en BinckBank.
(Uit `De sociologische structuur onzer taal - De Jodentaal.`, 1914) (Hebr.) (tam): letterl. volmaakt, schuldeloos. In de Joodsche volkstaal meer in den zin van: eenvoudig, geduldig, goedig; hij is een iesj tom: hij is een goede sul, letterl. een braaf man. Hebr. tôm beduidt rechtschapenheid, enz
1) Elk deel van een boekwerk (Afk.) 2) Beroemde kat 3) Korte vorm van Thomas 4) Korte voornaam 5) Korte jongensnaam 6) Populaire jongensnaam 7) Jongensnaam (Afk.) 8) Populaire voornaam 9) Elk deel van een boekwerk 10) Middelgrote trom in een drumstel 11) Voornamen 12) Jongensnaam 13) Jongensnaam, afkorting va...