de Deense dog
zelfst.naamw. (m.)
| Verbuigingen: | Deense doggen |
| Verbuigingen: | Deense dogje |
Duits (dus niet Deens) hondenras dat gefokt werd als waakhond Bron: WikiWoordenboek.
2 definities op Encyclo
- • [dierkunde] geen Deens maar een Duits hondenras dat gefokt werd als waakhond.
- dog van de meest voorkomende en bekendste variëteit, die, ondanks deze benaming, uit Duitsland stamt; Duitse dog
Toon uitgebreidere definitiesTaaladvies
Schrijf je afleidingen met plaatsnamen met een hoofdletter, zoals
Amsterdammer, Andesachtig, Belgisch, Deense dog, Franse kaas, Kaaps viooltje, een Leuvenaar, een Sri Lankaan, West-Vlaams?
Zie west-vlaams / West-VlaamsVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de Deense dog' of 'het Deense dog'?
Het is 'de Deense dog', want Deense dog is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die Deense dog'.
Wat betekent Deense dog?
'Duits (dus niet Deens) hondenras dat gefokt werd als waakhond'
Hoe spel je Deense dog?
Deense dog spel je Hoofdletter-D E E N S E Spatie D O G Op andere websites
Zoek Deense dog in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek Deense dog op
Google
Zoek Deense dog op
Woordenlijst.org
Zoek Deense dog in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek Deense dog op
Wikipedia