Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

17 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `woorde`

  1. dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
  2. de woorden uit de mond halen/nemen (=zeggen wat de ander ook net wou zeggen)
  3. doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
  4. een gek kan meer vragen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het antwoord niet)
  5. eén gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden (=er zijn altijd wel vragen waar niemand het antwoord op weet)
  6. ergens geen woorden aan vuilmaken (=er niets eens over spreken)
  7. gevleugelde woorden (=veel gebruikte uitdrukking)
  8. iemand de woorden uit de mond halen (=voor een ander spreken)
  9. met iemands woorden naar de markt gaan (=overal rondvertellen wat men elders horen zeggen heeft)
  10. naar zijn woorden zoeken (=niet goed meer weten wat te zeggen)
  11. voor geen geld of goede woorden (tot iets bereid zijn) (=niet bereid zijn tot iets, wat iemand ook ervoor biedt, en welke argumenten iemand ook naar voren brengt)
  12. woorden hebben (=ruzie of enigheid hebben)
  13. woorden zijn dwergen, daden zijn bergen (=Woorden doen weinig, daden maken het verschil)
  14. woorden zijn geen oorden (=met praten bereiken we niets)
  15. zijn woorden inslikken (=niet uitspreken)
  16. zijn woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
  17. zijn woorden op een goudschaaltje wegen (=uiterst weloverwogen spreken)

25 betekenissen bevatten `woorde`

  1. de toets kunnen doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
  2. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  3. Een deksel op de kop hebben (=De verantwoordelijkheid voor iets nemen)
  4. het gras voor de voeten wegmaaien (=de woorden uit de mond nemen - alle kansen ontnemen)
  5. men vangt meer vliegen met honing/stroop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden)
  6. een tong als een scheermes (=gezegd van iemand die venijnig uithaalt met woorden)
  7. hij kan praten als Brugman (=hij kan makkelijk met veel woorden een min of meer overtuigend verhaal afsteken)
  8. men moet zijn bed maken zoals men slapen wil (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
  9. iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukking)
  10. iemand van repliek dienen (=iemand gevat antwoorden)
  11. iemand van katoen geven (=iemand met een pak slaag of woorden straffen)
  12. ergens de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
  13. met geen pen te beschrijven zijn (=iets niet met woorden kunnen zeggen)
  14. hoge bomen/masten vangen veel wind (=in een hoge positie heeft men ook veel verantwoordelijkheid)
  15. daar helpt geen lievemoederen/moedertje lief aan (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
  16. de gebraden haan uithangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
  17. iemand het volle pond geven (=uitvoerig en duidelijk antwoorden)
  18. als het bier is in de man dan is de wijsheid in de kan (=van dronkaards verwacht men geen verstandige woorden)
  19. veel geblaat/geschreeuw maar weinig wol (=veel woorden hebben maar in de praktijk komt daar weinig van terecht)
  20. weet wat je zegt, maar zeg niet alles wat je weet (=wees voorzichtig met woorden en je informatie)
  21. Woorden zijn dwergen, daden zijn bergen (=woorden doen weinig, daden maken het verschil)
  22. de pen is machtiger dan het zwaard (=woorden kunnen meer teweeg brengen dan wapens)
  23. los in de mond zijn (=zichzelf goed kunnen uitdrukken en gedachten kunnen verwoorden)
  24. zijn kruit op de mussen verschieten (=zijn woorden verspillen)
  25. zonder complimenten (=zonder meer, zonder er verder nog woorden aan vuil te maken)

Het dialectenwoordenboek kent 20 spreekwoorden met `woorde`

  1. Antwerps: me aander woorde (=dat wil zeggen)
  2. Steins: 'ns flink veur ziene priester gaeve (=iemand woordelijk op zijn nummer zetten)
  3. kortemarks: der zit doar e scheete verdroajd (=ze hadden een woordenwisseling)
  4. Gents: da zulde (zoede) wel gewoare woorde (=dat zal je wel merken)
  5. Munsterbilzen - Minsters: iemes noëmaule (=iemand woorden in kwade luim herhalen)
  6. Westerkwartiers: da's bij de knorhoan'n om oaf (=dat is te gek voor woorden)
  7. Iepers: je toenge deur je gat trekken (=terugkeren op je woorden)
  8. Oudenbosch: daor is wa dafgescholle (=daar heeft men vaak woorden gehad)
  9. Munsterbilzen - Minsters: Ich hoch ielk honsgezeek ambras iëver men zweetpatees (=ik kreeg altijd woorden over mijn zweetvoeten)
  10. Melseels: zijne kak intrekken (=op zijn woorden of beslissing terugkomen)
  11. Horster: dat is meej te gortig (=dat is te gek voor woorden)
  12. Waregems: dad es 't toppuint! (=daar zijn geen woorden voor!(verontwaardigd))
  13. Waregems: 'k oa d'n ap ipgeetn (=mijn woorden vielen niet in goede aarde)
  14. Brussels: Amplojeit zou veul Franse woude ni, de Vlomse langosje es abbondant genoeg (=Gebruik zo veel Franse woorden niet, de vlaamse taal is rijk genoeg)
  15. Zeeuws: Dá bin mae zéhhende woorden ( zuid-Beveland) (=dat zijn maar geruchten)
  16. Sallands: Luu die völle te zeng hebt, gebruukt weinig woorn. (=Mensen die veel te zeggen hebben, gebruiken weinig woorden.)
  17. Gronings: nait soezen moar broezen (=geen woorden maar daden)
  18. Twents: Met proat`n ko`j mangs meer schade aanrichten as met nen groot`n knuppel. (=Met woorden kun je meer schade aanrichten dan met een grote knuppel.)
  19. Overijses: da koende ni oitlije (=daar zijn geen woorden voor)
  20. Gents: kstoa mee mane moend vol tanden (=iemand die de juiste woorden niet vind)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen