9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `wel eens`
- aan elke goede visser ontsnapt wel eens een aal (=iedereen maakt wel eens een foutje)
- aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
- een blind varken vindt ook nog wel eens een eikel. (=zelfs iemand die niet erg intelligent is heeft soms geluk en doet iets goed)
- een blinde kip vindt ook nog wel eens een graankorrel. (=zelfs iemand die niet erg intelligent is heeft soms geluk en doet iets goed)
- een blinde schiet soms wel eens een kraai. (=zelfs iemand die niet erg bedreven is heeft soms geluk en doet iets goed)
- een goed zeeman wordt ook wel eens nat (=ieder kent zijn tegenslagen)
- een goede haan kraait nog wel eens weer. (=een goede leider waarschuwt meer dan eens)
- het beste paard struikelt ook wel eens. (=iedereen maakt wel eens een fout)
- zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
10 betekenissen bevatten `wel eens`
- het leven gaat niet altijd over rozen (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
- het leven is geen zoete krentenbol (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
- het beste paard struikelt ook wel eens. (=iedereen maakt wel eens een fout)
- aan elke goede visser ontsnapt wel eens een aal (=iedereen maakt wel eens een foutje)
- aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
- van een mooie / knappe tafel kun je niet eten. / Van een mooi bord kun je niet eten. (=knap van uiterlijk heeft ook wel eens nadelen.)
- zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
- je moet een paard niet doodknuppelen, voordat je thuis bent. (=te veel haast kan wel eens vertraging opleveren)
- wel een kwastje mogen hebben (=wel eens geverfd mogen worden)
- wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
50 dialectgezegden bevatten `wel eens`
- 'n vliégende krei viendt lichtig wat (=Iemand die geregeld op pad is vindt nog wel eens een voordeeltje.) (Wells)
- 't beste peerd strukelt ok wel es (=ook de beste mensen laten wel eens een steek vallen) (Westerkwartiers)
- 't es stillekes wur dat nuët ni woeëtj (=er valt overal wel eens een woordje) (Meers)
- 't is niet altied rozegeur en moaneschien (=er zijn ook wel eens dagen dat het wat minder gaat) (Westerkwartiers)
- 't is stille waar dat nie woit (=er wordt overal wel eens ruzie gemaakt) (Kaprijks)
- 't zien meeër mensjchn die missn of enn die pisn (=iedereen vergist zich wel eens) (Veurns)
- 'Tsà nog wès in jen oahen druupe (=Het zal nog wel eens in je ogen druipen) (Zeeuws)
- ‘t soe’t er êm dik inzidn… (=het zou wel eens kunnen…) (Kaprijks)
- ' t zoe ne keeër gebeurn (=het kan wel eens voorvallen) (Waregems)
- alle boom'm vang'n wiend (=wie je ook bent, elk krijgt wel eens tegenslag) (Westerkwartiers)
- as 't wat beleev'm wilst, moest trouw'n goan (=in een huwelijk kan het nog wel eens donderen) (Westerkwartiers)
- as de kat van huus is, daanz'n de muuz'n (=zonder toezicht ontaard het nog wel eens) (Westerkwartiers)
- as ne knijn noë stront reik, hèttër alwier ën hin misbreik (=konijnen bespringen wel eens een lekker kippetje) (Munsterbilzen - Minsters)
- as ne knijn reik noë stront, dan zoettër èn ën hin hër kont (=een konijn lust wel eens een kippetje) (Munsterbilzen - Minsters)
- asset raengert, raengert et op alle daoke (=ieder krijgt wel eens tegenslag) (Munsterbilzen - Minsters)
- assët smok dan èssët bedforve (=als je sterke smaak proeft in je eten, kan het wel eens bedorven zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
- d'r vaalt wel es wat tuss'n waal en schip (=er gaat wel eens iets verloren) (Westerkwartiers)
- da konste wol ès hëbbe (=dat valt wel eens voor) (Munsterbilzen - Minsters)
- Da zal wel ne kië te berde kom'n (=Dat zal wel eens ter sprake gebracht worden) (Harelbeeks)
- Da-w ze nog langen maggn lusten, kriegn zal wel gaon (=Wordt wel eens gezegd bij het aanbieden van een borreltje) (Giethoorns)
- da's ook gien heileg boondje (=hij maakt ook wel eens een foutje) (Westerkwartiers)
- daaj zal hërre kieëtel wol nog moete èntrèkke! (=zij zal het nog wel eens met minder moeten stellen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae deej det zónger erg, prónt wie pater Manheim flaot (=iets onbewust doen; in de kerk mag je niet fluiten, maar toch schijnt pater Manheim dat wel eens in de kerk in Heitse gedaan te hebben, zonder dat hij daar erg in had.) (Heitsers)
- Dat tochs / tungs mich auch (=Dat zou wel eens kunnen) (Steins)
- dat vêrkë wol ich waol ës wasse (=die smeerlap wil ik wel eens mores leren) (Munsterbilzen - Minsters)
- de die eur pelouze zo' k uk wè ne kir willen afrijeen (=met die vrouw zou ik wel eens willen...) (Zottegems)
- de haushaagstër vannë VIP hèt ook nog `mog` (=de huishoudster van een VIP noemt men ook wel eens 'dienstmaagd') (Munsterbilzen - Minsters)
- de mûle seit wolris wat dêr't hert gjin diel oan hat (=De mond spreekt wel eens over waar het hart geen deel aan heeft.) (Fries)
- Der komt wel een skeet na (=Het is nu wel mooi weer, maar het kon wel eens in onweer eindigen) (Zaans)
- die schöt nog wel ies met spek (=die overdrijft nog wel eens) (Noord-Veluws)
- e blind vêrke vènt ook wol ës een eekël (=je hoeft niet altijd slim te zijn, als je maar wat geluk hebt, lukt het ook wel eens) (Munsterbilzen - Minsters)
- een wieze hen lijt ok wel es 'n ei ien 'e branekkels (=ook knappe koppen maken wel eens een foutje) (Westerkwartiers)
- ein blindj verke vintj ouch waal ins eine eikel (=een sukkelaar kan ook wel eens geluk hebben) (Heitsers)
- Eine minsj is geine Rommedoe, toch sjtink heer af en toe (=Ieder mens heeft wel eens een luchtje) (Berg en Terblijts)
- elk huuske het zien kruuske (=in elke familie is wel eens verdriet) (Westerkwartiers)
- Es te noeëts mieë de kans kriegs kan 't ieëste opzicht en 't ieëste gedacht dich waal ins op e vals spoor zètte! (=Wanneer je nooit meer de kans krijgt kan het eerste opzicht en het eerste gedacht je wel eens op een vals spoor zetten!) (Kinroois)
- ët graos was aut zën aure (=hij zou zijn oren wel eens mogen kuisen) (Munsterbilzen - Minsters)
- gè môot ok wèl us wè hèn!! (=jij mocht ook wel eens wat hebben!!) (Tilburgs)
- god zal het dich laune, èssët nie mèt spek dan ès het mèt baune! (=misschien word je hiervoor wel eens ooit beloond) (Munsterbilzen - Minsters)
- goej tër mér mèt, de hëbs gelijk (=strooi maar goed met je geld, je zult het nog wel eens zien...) (Munsterbilzen - Minsters)
- Good gaon en plaog mekare neet. (=Bij het weggaan wordt wel eens gezegd) (Achterhoeks)
- hae kratstj zich woeë d’r geine jäök haet (=hij lost de verkeerde problemen op, het zal hem nog wel eens opbreken) (Heitsers)
- hedde wel us un drei om oe orren gehad? (=heb je wel eens een draai om je oren gehad?) (Helmonds)
- hij het lelijke streek'n op zien kompas (=hij doet wel eens wat vreemd) (Westerkwartiers)
- hij zal van de bok dreum'm (=wij zullen hem wel eens een lesje leren) (Westerkwartiers)
- ich hüb paajn on men goesteng (=ik zou wel eens willen) (Bilzers)
- Ich mo'gde vander pap 't klotje oet 't elske schloeke. (=Ik mocht van mijn vader wel eens het suikertje uit zijn borrel hebben.) (nuths)
- ik drink èègelek nôot, mar zo meejèndan meude wèl es van oe gelêûf valle. (=ik drink eigenlijk nooit alcohol, maar zo nu en dan mag je wel eens zondigen.) (Tilburgs)
- ip ne wig komde't ne kieë teeg'n (=je treft iets wel eens aan) (Waregems)
- je zal wel ekièè nn oap schêirn (=hij zal wel eens iets voorhebben) (Lichtervelds)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen