Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


678 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ui`

  1. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan. (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden.)
  2. aan alle heilige huisjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  3. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past. (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen.)
  4. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden.)
  5. achterin de fuik zit de paling (=je moet geduld hebben)
  6. achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  7. achteruit zeilen (=achteruit gaan)
  8. advocaat van de duivel spelen. (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken.)
  9. al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  10. al zijn kruit verschoten hebben (=geen verdere oplossingen meer weten - niet meer verder kunnen)
  11. al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  12. alle duivels uit de hel vloeken (=heftig vloeken)
  13. alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés bezoeken)
  14. alles komt uit al moesten de kraaien het uitbrengen (=de waarheid komt altijd uit)
  15. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  16. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  17. als de stok stijf staat is de uil gaan vliegen. (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken.)
  18. als een feniks uit zijn as herrijzen (=na de totale vernietiging opnieuw opbouwen)
  19. als een kat in een vreemd pakhuis. (=voelt zich niet op zijn gemak.)
  20. als een kikker op een kluitje (=zonder enige bewegingsruimte)
  21. als een luis in iemands pels zijn. (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken.)
  22. als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
  23. als een muis in de val zitten (=geen uitweg meer hebben)
  24. als een nachtkaars uitgaan (=in een gestaag tempo minder worden en eindigen)
  25. als een pijl uit de boog (zijn) (=snel vertrekken)
  26. als een tang op een varken passen/sluiten (=niet bij elkaar passen)
  27. als een vlag op een modderschuit (=dat is veel te mooi voor die situatie.)
  28. als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, vergeet men de helpers)
  29. als het in de kajuit regent druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  30. als honden konden bidden zou het kluiven regenen. (=als is een niet ter zake doende opmerking.)
  31. als katten muizen, mauwen ze niet. (=wanneer je aan het eten bent, praat je niet zoveel.)
  32. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  33. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien. (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren.)
  34. als paddestoelen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorschijn komen)
  35. als winnaar/beste uit de bus komen (=iets of iemand blijkt het beste te zijn)
  36. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  37. averechts uitpakken. (=helemaal verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken.)
  38. bij de duivel te biecht gaan (=bij de vijand om raad gaan)
  39. bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés bezoeken)
  40. bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
  41. blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
  42. breed uitmeten (=uitvoerig vertellen)
  43. buigen als een knipmes (=zeer onderdanig doen)
  44. buiten de schreef (=niet meer acceptabel)
  45. buiten de waard rekenen (=niet gerekend hebben op hoe anderen er werkelijk over denken)
  46. buiten schot blijven. (=niet worden aangetast.)
  47. buiten spel blijven (=(willen) proberen niet betrokken te zijn)
  48. buiten westen (=bewusteloos)
  49. buiten zijn boekje gaan (=meer doen dan toegelaten)
  50. daar is vlees in de kuip (=daar is het goed)

653 betekenissen bevatten `ui`

  1. iemand (niet) voor vol aanzien (=(niet echt) naar iemand luisteren wanneer iemand meepraat)
  2. in de ijskast zetten (=(tijdelijk) niet uitvoeren)
  3. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
  4. aan de veren kent men de vogel. (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  5. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  6. over de drempel komen (=aan huis komen)
  7. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  8. van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets.)
  9. aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
  10. het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
  11. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  12. achteruit zeilen (=achteruit gaan)
  13. de barricades opgaan. (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden.)
  14. kromme sprongen maken (=alle moeite doen om zich uit een situatie te redden)
  15. al zijn patronen verschieten (=alle mogelijkheden uitproberen)
  16. het rijk alleen hebben (=alleen baas zijn, alleen thuis zijn)
  17. de bastaard van de graaf wordt later bisschop. (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden.)
  18. het is alle dagen visdag maar geen vangdag (=als de buit of vangst tegen valt)
  19. in het donker zijn alle katten grijs/grauw. (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen.)
  20. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand. (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  21. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien. (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren.)
  22. eens gezegd, blijft gezegd. (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  23. een rotte appel in de mand maakt het gave ooft/fruit te schand. (=als iemand uit een groep een fout maakt benadeelt hij de hele groep / door slechts één persoon kan iedereen van die groep een slechte naam krijgen)
  24. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat. (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel.)
  25. wie appelen vaart, die appelen eet. (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van.)
  26. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar. (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  27. geen bericht is goed bericht. (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt.)
  28. een geplaveisde weg is des duivels oorkussen. (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  29. wat het huis verliest, brengt het weer terug. (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn.)
  30. aan de grond zitten (=bankroet of totaal uitgeput zijn)
  31. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  32. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten.)
  33. een reef in het zeil doen (=besnoeien in de uitgaven)
  34. met hangende pootjes (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
  35. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
  36. twee ruilen een huilen (=bij het ruilen is de een altijd beter af dan de ander)
  37. blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
  38. Men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=Boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  39. op zijn poot spelen. (=boos uitvallen.)
  40. van zijn à propos (=buiten bewustzijn, groggy)
  41. uit je dak gaan (=buiten zinnen raken)
  42. onder de mensen komen (=buitengaan , mensen ontmoeten)
  43. bij de konijnen af (=buitengewoon erg)
  44. door merg en been dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
  45. zo lustig zijn als een vogeltje dat koe heet (=buitengewoon loom zijn)
  46. als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
  47. een lijntje trekken. (=cocaïne snuiven.)
  48. water bij de wijn doen. (=compromissen zien te sluiten.)
  49. daar is kop noch staart aan te vinden (=daar geraak je niet uit wijs)
  50. daar komt een schip met zure appels. (=daar komt een stevige regenbui aan.)

Het dialectenwoordenboek kent 728 spreekwoorden met `ui`

  1. Maldegems: schenteventen (=vandalenstreken uihalen)
  2. Bilzers: dürt plefoeng gon (=in woede uitbarsten)
  3. Deinzes: out ui muile / angd' ui muile / muil ang'n / angd 'uin bak (=hou je mond)
  4. Munsterbilzen - Minsters: vrigger, waaj de beiste nog koste kalle, wos alles zoe simpel en sjaun (=iedere uil is ooit een uilskuiken geweest)
  5. Genneps: D'n oore ha.lde (=Een uiltje knappen, dutje doen)
  6. Oudenbosch: woordstreke uitaole , (=gewin halen uit streekwoorden ,)
  7. Liwwadders: un knipperke doen (=een uiltje knappen, hazenslaapje)
  8. Lovendegems: een uilken vangen (=middagdutje doen*)
  9. Ronsisch: Ol' tie vodde uit uije neuze! (=Spreek duidelijk!)
  10. Deinzes: An uin aap sleuren (=Zich masturberen)
  11. Zingems: een slag op uw kop (=een toarte op uie kop)
  12. Munsterbilzen - Minsters: hae stond oppet ontploffe (=hij ging in woede uitbarsten)
  13. Westfries: de sleip effies deur je heen gaan leite (=een uiltje knappen)
  14. Sittards: Ein uigske toekniepe (=Een oogje dichtknijpen)
  15. Hulshouts: zet de gaas is uipe (=je moet sneller rijden)
  16. Opglabbeeks: 't licht in de uige neet goene (=jaloers zijn)
  17. Machels (Zulte): da nen uilskluut! (=wat een dommerik!)
  18. Evergems: den oap uitaonge (=de clown uithangen)
  19. Machels (Zulte): da nen uilskluut (=wat een dommerik!)
  20. Mechels (BE): van uilesen tèppe make (=lawaai maken - rusie maken)
  21. Sint-Niklaas: den aalt uitangen (=stoer doen)
  22. Brussels: z'ij ne pouchenel in uij skooif (=ze is zwanger)
  23. Munsterbilzen - Minsters: dae stond ziëker aateraon èn de raaj waaj ze hiëses autdeelde (=hij was bij de laatsten bij het uidelen van hersens)
  24. Herentals: Tege n'a uirregel! (Tegen je orgel!) (=Dat zie je van hier!)
  25. Leefdaals: z'ei vuil gest oan uir gat hange en pretmadam, chèr en chol (=hovaardige dame)
  26. Giesbaargs: uin bouze vor teksoamen (=niet geslaagd voor een eksamen)
  27. Ossies: Wa ligde tog te uiren (=Wat vraag je lang door.)
  28. Gents: ij eed eur uuren uile (=hij heeft haar horen huilen)
  29. Zeels: 'n schelle van d'n eur (=een sneetje van de uier)
  30. Volendams: ei gait op zu uige. (=zelfstandig worden)
  31. Sint-Niklaas: da uis is onderkommen (=dat huis is vervallen)
  32. Oudenbosch: das zo vast as un uis (=dat is zeker zo)
  33. Boakels: dor hittie un uijgske nôp (=daar heeft hij een oogje op)
  34. Leefdaals: da komt precies oet een koei uir gat (=dat is precies niet ordelijk)
  35. Evergems: Den uil uithaen (=Dwaas doen)
  36. Opglabbeeks: müt de uige kuipe (=winkelen zonder te kopen)
  37. Flakkees: un miêtje dordejuun (=lapje met uien van de boer)
  38. oudenaards: Mijdt ui ! (=ga eens uit de weg !)
  39. Sint-Niklaas: wies uis is da? (=van wie is dat huis?)
  40. Teralfene: Ik za neke ne stiën uin a gat benjn! (=Jij bent altijd weg)
  41. Assers: uich het bèste paerd stobbelt al ins (=Niemand is perfect, we maken allemaal al eens een fout.)
  42. Twents: Öllie ieleu oe wa in? ; Öllied uille oele wa in? (=smeren jullie je wel in?(met zonnecreme))
  43. Leefdaals: ze zal uire kak wel inave (=ze zal wel een toontje lager zingen)
  44. Stekens: in 't joar iën, as d'uilen preken (=nooit van z'n leven)
  45. Lochristis: t'e doar gjien uis mee t'ouen mee den diejn (=hij is onuitstaanbaar)
  46. Sint-Niklaas: da zé kosten op ' t steirf uis (=nutteloze, overbodige uitgaven doen)
  47. Lommels: Hedde die hurren uijer al bekéé'e (=Heb je haar boezem al gezien)
  48. Waregems: ze zoen ip uije kop skijtn (=ze zouden de baas spelen over u)
  49. Gents: lijk nen uil op ne kluit (=verbaasd kijkend)
  50. Zelzaats: Kijkn lijk nen uil op ne kluit (=Verbaasd, onbegrijpend kijken)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen