86 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ouw`
- aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
- aan een touw trekken (=eensgezind optreden)
- aan een touwtje hebben (=in zijn macht hebben)
- aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
- aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
- Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
- als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, vergeet men de helpers)
- berouw komt na de zonde (=als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw)
- blijf aan jouw kantje (=je mag hem niet aanraken, hij is niet aanspreekbaar)
- bouw geen molen om een bak zaad (=voor een kleinigheid moet men teveel moeite doen.)
- daar valt wel een mouw aan te passen (=daar is wel een oplossing voor te vinden)
- dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
- de gek in de mouw dragen (=eigenaardigheden verbergen voor anderen)
- de handen uit de mouwen steken (=aan de slag gaan en aanpakken)
- de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
- de touwtjes in handen hebben (=de controle hebben over een situatie.)
- de vogel over het touw laten gaan. (=een kans niet benutten)
- de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
- een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
- een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
- een man zonder vrouw is als een paard zonder teugels. (=in het huwelijk hebben man en vrouw elkaar nodig)
- een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen zijn niet tegen te houwen. (=niet tot iets anders te bewegen)
- een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw (=in de volksmond: De beste beloning voor een 19e eeuws schoolkind)
- een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitspraak)
- een vrouwenhaar trekt sterker dan tien paarden. (=de invloed van een vrouw is zeer sterk)
- elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
- er een vouwtje bij leggen (=niet meer over spreken)
- er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
- er niet mee getrouwd zijn (=er niet aan vastzitten, er niet toe verplicht zijn)
- ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
- geen touw aan vast te knopen (=totaal onbegrijpelijk)
- getrouwd zijn over de puthaak (=onwettig samenwonen)
- gezien worden als een rotte appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
- het bier is niet voor de ganzen gebrouwen. (=niet iets verspillen aan degenen die het niet waarderen)
- het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
- het is een hopje in een brouwketel (=het is zo goed als niets)
- het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
- het levenslicht aanschouwen/zien (=geboren worden)
- het touw wat vieren (=het iets minder streng aanpakken)
- hou en trouw (beloven) (=elkaar overal (zullen) helpen)
- huizen op iemand kunnen bouwen (=sterk op iemand kunnen vertrouwen)
- iemand aan het touw hebben (=over iemand de macht hebben)
- iemand iets op de mouw spelden (=iemand iets wijsmaken)
- iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand gebruiken voor eigen belang zonder dat die het doorheeft)
- iemand van kwade trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
- iets in het getouw zetten (=iets voorbereiden)
- iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
- iets op touw zetten (=iets organiseren)
- iets uit zijn mouw schudden (=zonder moeite met iets komen)
- in het getouw (=aan het werk)
84 betekenissen bevatten `ouw`
- haarscherp (=(van een afbeelding) getrouw tot in fijne details)
- je hart uitstorten (=aan iemand alles (in vertrouwen) vertellen)
- `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
- ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen)
- berouw komt na de zonde (=als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw)
- je kan niet alle meisjes haten om één (=als je bent getrouwd wilt dat niet zeggen dat vrouwen je niet meer interesseren)
- gaan doet komen (=als je ergens moeite voor doet komen dingen ook jouw kant op)
- twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
- dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
- de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
- als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
- eén onderrok trekt meer dan twee paarden. (=de invloed van een vrouw is heel sterk)
- een vrouwenhaar trekt sterker dan tien paarden. (=de invloed van een vrouw is zeer sterk)
- door de bril van een ander zien (=de mening van een ander blind vertrouwen)
- de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
- de haan is de baas als de hen niet thuis is. (=de vrouw is de baas in huis, ook al vindt de man van niet)
- over lijken gaan (=doordouwen zonder oog voor ethiek of moraal)
- een hen met sporen. (=een bazige vrouw.)
- je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
- een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
- als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huichelaar is niet te vertrouwen)
- schone appels zijn ook wel zuur. (=een mooie vrouw is niet vanzelfsprekend een goede echtgenote)
- een rots in de branding (=een persoon waarop je kunt vertrouwen en die je steunt.)
- een kerel als Kas (=een stevig gebouwde kerel (ironisch bedoeld))
- het ei met de kip krijgen (=een vrouw getrouwd met een kind trouwen)
- vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stil. (=een vrouw is altijd wel wat aan het doen)
- een meid en een aardappel kies je zelf (=een vrouw kun je niet door iemand anders laten uitkiezen)
- een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
- uit de grond stampen (=erg snel iets opbouwen)
- iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
- de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
- slot noch zin (=geen touw aan vast te knopen)
- als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van `n meisje dat liever niet wil trouwen)
- hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toevertrouwen)
- vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
- iets staat op losse schroeven (=het is onzeker, er valt niet op te bouwen)
- vrij buurmans` kind, dan weet je wat je vindt. (=het is verstandig om vast te houden aan wat bekend en vertrouwd is)
- de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)
- met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
- in de echt verbinden (=huwen, trouwen)
- men heeft hem de hoorns opgezet (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw)
- met iemand te diep in zee gaan (=iemand al te ver vertrouwen)
- zo zeker als de bank (=iemand die in alles te vertrouwen is)
- het op iemand niet begrepen hebben (=iemand niet vertrouwen)
- iemand op de proef stellen (=iemand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan)
- geen groter venijn, dan vriend tonen en vijand zijn. (=iemands vertrouwen schaden is het gemeenste wat je kunt doen)
- vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden)
- er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
- iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
- een man zonder vrouw is als een paard zonder teugels. (=in het huwelijk hebben man en vrouw elkaar nodig)
26 dialectgezegden bevatten `ouw`
- aat ouw zen kas gekraupe (=zwak mager persoon) (Tiens)
- ammen ouw nie oien en de voordeur, moestem alt lest achter noar binnen (=je bent een leuke meid) (Graauws)
- Blieft eraf mej ouw kluutjes vingers! (=Niet aankomen!) (Budels)
- Dat dankt ouw de koekkoek (=Nou, echt bedankt hoor) (Genneps)
- Dat is ei sterk stök in ein ouw brook (=Dat is een ongeloofwaardig verhaal) (Steins)
- Ge kunt er is rond- Kust mijne nikkel- Tegenouwe nol- Tege auw kloate- Tege ouw gat. (=Iemand afwijzen) (Brechts)
- het rijgert ouw mujers (=het regent oude vrouwen) (Balens)
- huft ouw puut op (=hef je voeten op) (Overpelts)
- huft ouw puut op as ge lupt (=hef je voeten op als je loopt) (Neerpelts)
- ik rij ouw zo omverre heej (=ga maar niet aan de kant) (Brabants)
- ik zie niks ouw hemde zit ter voor (=iets niet kunnen zien) (Graauws)
- Is teh ouw klumke (=Is dat jouw klompje) (Ewijk (Euiwwiks))
- kijk uit ouw doppen (=kijk uit) (Graauws)
- Moet ik ouw dalik nor Venroy brengen (=Als je een beetje raar of té lollig doet) (Oeffelts)
- Oet de ouw doeës. (WT) (=Uit de oude doos) (Mechels (NL))
- ouw allemaol oewe kwebbes / oew bakkus eve (=nu allemaal even stil) (Oudenbosch)
- ouw boks hangt op half zeuven (=je broek hangt laag) (Overpelts)
- ouw je nannen tuus (=slaan) (Zeeuws)
- ouw jeneihen in de reeke (=hou je in!) (Zeeuws)
- ouw noe me s op bie je hezemel (=zeuren) (Zeeuws)
- ouw poependik (=een oude en wat forsere man) (Mestreechs)
- ouw zeekre!, emmaar allee gouw zeg!, ten e nie woar ee! (=nee maar!) (Waregems)
- t ouw mense poete (=oma) (Zeeuws)
- tege ouw klwoate (=dat zal niet gebeuren) (Brechts)
- trekt ouw boks op (=trek je broek omhoog) (Overpelts)
- un zondagse steke ouw hin weeke (=zondags werk) (Zeeuws)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen