Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `lomp`

  1. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen. (=dat is al te gek.)
  2. dat zal mijn klomp niet roesten. (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen.)
  3. een boer op klompen (=een lomperd)
  4. het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
  5. iets met zijn klompen aan voelen (=iets heel duidelijk voelen. Bijvoorbeeld: `Je kunt met je klompen aan voelen, dat ze hem niet als gelijke accepteren`)
  6. met de klompen op het ijs komen (=zich onvoorzichtig ergens begeven waar men niet thuis hoort)
  7. met de klompen van het ijs blijven. (=zich met iets niet inlaten.)
  8. nu breekt mijn klomp. (=van verbazing niet meer weten wat te zeggen)
  9. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof. (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden.)
  10. zijn klompen wegbrengen/wegzetten. (=naar huis gaan/sterven.)

4 betekenissen bevatten `lomp`

  1. een boer op klompen (=een lomperd)
  2. beer op sokken (=gezegd van een dik, plomp persoon)
  3. iets met zijn klompen aan voelen (=iets heel duidelijk voelen. Bijvoorbeeld: `Je kunt met je klompen aan voelen, dat ze hem niet als gelijke accepteren`)
  4. stoot je hielen niet (=wordt gezegd tegen een grote lomperd)

Het dialectenwoordenboek kent 26 spreekwoorden met `lomp`

  1. Westerkwartiers: jan strovvel over de geut (=onhandige lomperd)
  2. Erps: ne klodderhond (=iemand in lompen gekleed)
  3. nuths: de,loemelekrie,mer bezeide iederein,e (=de lompenhandelaar bedroog iedereen.)
  4. Liwwadders: de ouwe moalen (an 'e Hollanderdyk) (=lompen en oud papier inleverpunt)
  5. Budels: mej ow turftraaiers (=met je grote lompe poten)
  6. Maas en waals: Wa 'n keuie! (=lomp persoon/ vrouwelijk varken/ lelijke dikke vrouw)
  7. Hams: gij lompe gerre (=gij dwaze)
  8. Vlijtingens: de lompste buur heet de dikste jaarpellen (=geluk hebben)
  9. Lichtervelds: tis ne gestampte boer (=het is een lomperik)
  10. Brabants: wanne klippel (=Wat een lomperik)
  11. Koersels: Te lomp vur te helpen donneren (=Zeer dom)
  12. Tilburgs: zo lomp as ut pèrd van Christus, èn dè waar unnen eezel (=zo lomp als een ezel)
  13. Venloos: Alle begin is zwaor, behalve beej de lompeman (=Alle begin is moeilijk)
  14. Tilburgs: öt de klaaj getròkke (=lomp, onbeholpen)
  15. Alfus: Op z'n oud Aarlanderveens (=lomp/ongemanierd)
  16. Munsterbilzen - Minsters: aste loemp bés zulste al és aater het nèt vange (=als je zo lomp bent als vis, kan je al eens bot vangen)
  17. Sint-Niklaas: zo lomp zin as 't achterste van e veirken (=heel dom zijn)
  18. Flakkees: lompe kaffer (=domme jongen)
  19. Zurriks: Er mej de blök dorhenne goan (=Onbehowwen/lomp te werk gaan)
  20. Twents: Ie proat asof 't ne koo oet gat kump vall'n (=Iets heel lomp zeggen)
  21. Oudenbosch: zo lomp as un vaarke (=heel erg dom)
  22. Brabants: zo lomp as ut achterend van un varreku (=zeer dom)
  23. Koersels: He is zoe lomp as d' achterste van e verken (=Hij is erg dom)
  24. Lommels: gè zijt zo lomp as een aachterste van e verre'e (=verschrikkelijk dom zijn)
  25. Hulsters (NL): te lomp zain om voôr dun duvel te daansen (=heel erg dom zijn)
  26. Koersels: lomp is ooch vis mer de kop deugt nie (=Wil wel maar kan het niet door domheid)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen