Spreekwoorden met `RL`

Zoek


53 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `RL`

  1. alle vloed heeft zijn weeRLoop. (=soms zit het mee en soms zit het tegen)
  2. als David zijn volk telde veRLoor hij de strijd (=tel de winst pas uit bij het einde van de strijd)
  3. als het tij veRLoopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandigheden aanpassen)
  4. beter ermee veRLegen dan erom veRLegen (=liever van iets te veel dan van iets te weinig hebben)
  5. dat is de druppel die de emmer doet oveRLopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  6. de beste stuuRLui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  7. de kuieRLatten nemen (=te voet gaan)
  8. de ratten veRLaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  9. de teeRLing is geworpen (=de beslissing is genomen)
  10. de veRLoren zoon is terecht (=wat (of wie) al lang verloren was, is teruggevonden)
  11. denken moet je aan een paard oveRLaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  12. denken moet je aan een paard oveRLaten, die hebben een groter hoofd. (=je moet niet te veel denken)
  13. door het veRLeden achtervolgd worden (=problemen of fouten van vroeger blijven invloed hebben.)
  14. een liedje van veRLangen (=iets nog even proberen uit te stellen)
  15. een liedje van veRLangen zingen (=op allerlei manieren een wens uitspreken)
  16. een vos veRLiest wel zijn haren maar niet zijn streken (=mensen veranderen zelden echt)
  17. eeRLijk duurt het langst (=een leugen komt op den duur altijd uit, maar de waarheid blijft altijd waar)
  18. gedeeld geheim, veRLoren geheim. (=als je een geheim doorvertelt is het geen geheim meer)
  19. have en goed (veRLiezen) (=alles wat je hebt (verliezen))
  20. het bijltje erbij neeRLeggen (=ermee stoppen)
  21. het hoofd veRLiezen (=niet meer weten wat te doen)
  22. het pleit beslechten/beslissen/veRLiezen (=de zaak definitief verliezen)
  23. het veRLoren schaap (zijn) (=de gezochte (zijn))
  24. het vooRLand zijn (=iemands toekomst zijn)
  25. het werkt als haaRLemmerolie (=iets dat overal voor te gebruiken is)
  26. het zijn vogels van eneRLei veren (=ze zijn eender)
  27. het zinkende schip veRLaten (=ervandoor gaan als de zaak misgaat)
  28. iemand die behooRLijk kan uitpakken (=iemand die ongeremd zijn toorn kan uiten)
  29. iemand naar het pepeRLand zenden (=iemand ver van huis sturen)
  30. iemand veRLakken (=iemand onwaarheden wijs maken of bedriegen)
  31. je gezicht veRLiezen (=zijn eer verliezen)
  32. je hebben en houwen veRLiezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)
  33. je in alleRLei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
  34. je partij behooRLijk meeblazen (=zijn deel van de taak naar behoren uitvoeren)
  35. je wilde haren veRLiezen (=ouder en rustiger worden)
  36. landen verzanden, zanden veRLanden. (=alles verandert)
  37. niets te veRLetten hebben (=de tijd hebben)
  38. op voet van ooRLog zijn/leven (=erge ruzie hebben)
  39. parels/paaRLen voor de zwijnen werpen (=het goede verspillen aan hen die het niet verdienen/waarderen)
  40. rozen (paaRLen) voor de zwijnen werpen (=geld of moeite verspillen aan iets nutteloos)
  41. te wensen oveRLaten (=niet geheel voldoen)
  42. terugveRLangen naar de vleespotten van Egypte (=naar de goede tijden terugverlangen)
  43. tot over je oren veRLiefd (=heel erg verliefd)
  44. uit het oog veRLiezen (=er niet meer aan denken)
  45. van God en alle mensen veRLaten (=afgelegen; stil)
  46. van nul en geneRLei waarde (=waardeloos)
  47. voor dood achteRLaten (=in de steek laten zonder hoop op herstel.)
  48. voor het vadeRLand wegnemen (=zomaar wegnemen)
  49. waar niets is veRLiest de keizer zijn recht (=van wie niets heeft, kan men niets vorderen)
  50. wat de boer aan het koren veRLiest zal hij aan het spek wel terugvinden (=waar iemand iets verliest zal iemand (anders) iets winnen)

218 betekenissen bevatten `RL`

  1. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiteRLijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  2. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiteRLijke kan men het inneRLijke niet beoordelen)
  3. plat op de buik gaan (=aan iemand toegeven, zich oveRLeveren)
  4. van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiteRLijk alleen heb je niets)
  5. ruw laten stikken (=aan zijn lot oveRLaten)
  6. in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot oveRLaten (iemand die iets misdaan heeft))
  7. al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuuRLijk).)
  8. het hart in de schoenen zinken (=alle moed en hoop veRLiezen om problemen op te lossen)
  9. lief en leed delen (=alleRLei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  10. iemand over de hekel halen (=alleRLei slechte dingen vertellen over iemand)
  11. alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles veRLiezen)
  12. have en goed (verliezen) (=alles wat je hebt (veRLiezen))
  13. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er alleRLei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
  14. een zuiver geweten is het beste oorkussen. (=als je eeRLijk bent slaap je gerust)
  15. wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam veRLiest is die haast niet terug te winnen)
  16. oude liefde roest niet (=als men al lang veRLiefd is, verdwijnt die liefde niet meer)
  17. wie vuur eet schijt vonken (=als men iets gevaaRLijks onderneemt krijgt men nare gevolgen)
  18. recht door zee gaan (=altijd eeRLijk blijven/zijn)
  19. armoe met eren kan niemand deren. (=arm zijn is niet erg als je maar eeRLijk bent)
  20. heeft de duivel `t paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan veRLies je alles.)
  21. geen mens is zijn eigen maker. (=beoordeel iemand niet om hun uiteRLijk.)
  22. ik wil hogerop, zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eeRLijke manier)
  23. ons kent ons (=betrekkelijk afgesloten clubje mensen dat ondeRLing de zaken regelt)
  24. nood breekt wet (=bij moeilijke omstandigheden is er meer geooRLoofd)
  25. van een leien dakje gaan (=bijzonder vlot en zonder problemen veRLopen)
  26. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede WereldooRLog)
  27. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een veRLoren ogenblik)
  28. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht NedeRLands)
  29. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet verooRLoven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  30. de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad veRLaten)
  31. uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand veRLiezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
  32. het bloed kruipt waar het niet gaan kan (=de aard veRLoochent zich nooit)
  33. het stuur kwijt zijn (=de controle veRLoren hebben)
  34. door het kluisgat aan boord komen (=de lagere rangen dooRLopen alvorens bevelhebber te worden)
  35. de mens wikt, maar God beschikt (=de mensen maken alleRLei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
  36. niet door de beugel kunnen (=de norm overschrijden van wat aanvaardbaar of behooRLijk is)
  37. de rode cijfers (=de veRLiescijfers)
  38. het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de zaak definitief veRLiezen)
  39. de lever doen schudden (=doen schateRLachen)
  40. een beentje lichten (=doen struikelen (letteRLijk of figuuRLijk))
  41. verkikkerd zijn (=dol zijn op iemand/iets of veRLiefd zijn op iemand)
  42. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht veRLiezen)
  43. de wal keert het schip (=door beperkingen enigeRLei niet verder kunnen)
  44. tijd slijt (=door het veRLoop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  45. tijd heelt alle wonden (=door het veRLoop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  46. liefde is blind (=door veRLiefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  47. alle vrijers zijn rijk. (=door veRLiefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)
  48. de bout op de kop krijgen. (=een geschil veRLiezen)
  49. een wolf in de schaapskooi. (=een gevaaRLijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  50. een wolf in schaapskleren (=een gevaaRLijk iemand die zich als onschuldig voordoet)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen