Spreekwoorden met `and`

Zoek


704 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `and`

  1. iemand die behoorlijk kan uitpakken (=iemand die ongeremd zijn toorn kan uiten)
  2. iemand doodpraten (=op iemand blijven inpraten tot hij versuft van raakt)
  3. iemand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een post achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doodverf is grondverf)[1])
  4. iemand door de mosterd halen (=op duidelijke wijze kenbaar maken wat iemand fout gedaan heeft)
  5. iemand een bokking geven (=iemand een standje geven)
  6. iemand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
  7. iemand een grote neep geven (=iemand ernstig afbreuk doen)
  8. iemand een hak zetten (=met iemand een gemene streek uithalen)
  9. iemand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inspreken)
  10. iemand een hengst verkopen. (=iemand een harde klap geven)
  11. iemand een kies trekken (=iemand veel geld afnemen)
  12. iemand een kool stoven (=iemand op een onprettige manier ertussen nemen)
  13. iemand een kopje kleiner maken (=iemand vermoorden)
  14. iemand een koud bad geven (=iemand kalmeren , illusies ontnemen)
  15. iemand een kroon opzetten (=iemand eer bewijzen)
  16. iemand een loer draaien (=iemand lelijk behandelen, lelijk te grazen nemen)
  17. iemand een luis in de pels zetten (=iemand last bezorgen)
  18. iemand een oor aannaaien (=iemand oplichten)
  19. iemand een pen op de neus zetten (=iemand dreigend vermanen)
  20. iemand een pluim op zijn hoed steken (=iemand complimenteren)
  21. iemand een poets bakken (=een grap met iemand uithalen)
  22. iemand een poot uitdraaien (=iemand te veel laten betalen)
  23. iemand een rad voor de ogen draaien (=iemand iets wijsmaken / iemand op gemene wijze bedriegen)
  24. iemand een smet aanwrijven (=iemand van iets beschuldigen)
  25. iemand een veer in de broek/kont steken (=iemand complimenteren of prijzen)
  26. iemand een veer op de hoed steken (=iemand vertellen dat die z`n werk goed gedaan heeft)
  27. iemand een vlieg afvangen (=iemand te vlug af zijn)
  28. iemand een vuile mond geven (=iemand uitschelden)
  29. iemand een warm hart toedragen (=iemand steunen)
  30. iemand een worst voorhouden (=iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan)
  31. iemand ergens voor warm maken (=iemands interesse voor iets opwekken)
  32. iemand geen haarbreed in de weg leggen (=iemand op geen enkele manier ergens mee hinderen of tegenhouden)
  33. iemand geen strobreed in de weg leggen (=niets doen om iemand tegen te houden of te belemmeren)
  34. iemand geen vingerbreed in de weg leggen (=iemand niets in de weg leggen , absoluut niet hinderen)
  35. iemand gehoor geven (=naar iemand luisteren, gevolg geven aan zijn vraag)
  36. iemand geloven bij ja en neen (=iemand op zijn woord geloven)
  37. iemand het bloed onder de nagels vandaan halen (=iemand vreselijk treiteren of irriteren)
  38. iemand het brood uit de mond nemen/stoten (=iemand het onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien)
  39. iemand het gat van de deur wijzen (=iemand zeggen dat die het pand moet verlaten of iemand wegsturen)
  40. iemand het gras voor de voeten wegmaaien (=iemand alle kansen ontnemen)
  41. iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen)
  42. iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
  43. iemand het land opjagen (=iemand uit zijn humeur brengen)
  44. iemand het lemmer bieden (=iemand uitdagen)
  45. iemand het licht in de ogen niet gunnen (=iemand absoluut niet kunnen verdragen)
  46. iemand het mes op de keel zetten (=iemand onder zware druk zetten)
  47. iemand het nakijken geven (=iemand verslaan of achterlaten.)
  48. iemand het net over het hoofd halen (=iemand tegen wil en dank tot iets doen besluiten)
  49. iemand het vel over de oren halen (=iemand te veel laten betalen)
  50. iemand het vierkante gat wijzen (=iemand de deur wijzen, wegsturen)

1032 betekenissen bevatten `and`

  1. het over een andere boeg gooien (=het anders aanpakken)
  2. in de schaduw stellen (=het beter doen dan een ander, iemand overtreffen)
  3. bergafwaarts gaan (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid)
  4. het leeuwendeel van iets krijgen (=het grootste aandeel van iets krijgen)
  5. de rook kan het hangerijzer niet deren (=het heeft geen zin te proberen iets dat vast staat te veranderen)
  6. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  7. als het geen broertje is dan is het een zusje. (=het is één of het ander)
  8. de breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
  9. vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
  10. het is bij de (wilde) beesten af (=het is verschrikkelijk; het is schandalig)
  11. vrij buurmans` kind, dan weet je wat je vindt. (=het is verstandig om vast te houden aan wat bekend en vertrouwd is)
  12. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)
  13. het kan verkeren (=het kan veranderen, de dingen blijven niet zoals ze zijn)
  14. de wolf/vos ruilt wel van baard maar niet van aard (=het karakter van de mensen verandert nooit)
  15. de aard van het beestje (=het karakter van iemand)
  16. je laatste troef uitspelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
  17. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  18. in iemands vel steken (=het lichamelijke lot van iemand anders ondervinden)
  19. in iemands schoenen staan (=het lot van iemand anders ondergaan)
  20. in iemands kielzog varen (=het net zo doen als iemands voorganger)
  21. het roer omgooien (=het op een heel andere manier proberen)
  22. het zeil strijken (=het opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
  23. het ene gat met het andere stoppen (=het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen)
  24. wie met de duivel uit één schotel wil eten, moet een lange lepel hebben. (=het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)
  25. je verstand gebruiken (=het verstandig aanpakken)
  26. iemand uit de tent lokken (=het voor elkaar krijgen dat iemand ergens een uitspraak over doet)
  27. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
  28. de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
  29. er voor opdraaien (=het werk van een ander doen)
  30. het is onbestaanbaar. (=het zou niet mogen bestaan, het is een schande)
  31. een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
  32. zijn hoed zit altijd op zijn hoofd (=hij groet nooit iemand)
  33. er mankeert iets in zijn bovenkamer (=hij is niet goed bij zijn verstand)
  34. er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  35. de broodkruimels steken hem (=hij kan de welstand niet dragen)
  36. boontje komt om zijn loontje (=hij krijgt wat hij verdient, de gevolgen zal iemand altijd wel een keer moeten gaan dragen)
  37. het is hem (hoog) in de bol geslagen. (=hij voelt zich ver boven anderen verheven)
  38. er een handje van hebben (=hinderlijke gewoonte, als iemand de kans ergens toe ziet die ook nemen, een ander het werk laten doen)
  39. klein is de rouwe, valt de oude koe dood. (=hoe ouder iemand sterft hoe minder het verdriet)
  40. hij zeit wat (=honend gezegd van iemand die iets stoms zegt)
  41. het heilig kruis achterna geven (=hopen dat iets of iemand nooit meer terugkomt)
  42. met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
  43. `s Lands wijs, `s lands eer (=ieder volk is gehecht aan zijn eigen gewoonten, hoewel anderen ze maar raar vinden)
  44. men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
  45. de koekoek en de sijs hebben niet dezelfde wijs. (=iedereen is anders)
  46. iemand uit bed lichten (=iemand `s nachts laten opstaan)
  47. iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
  48. men heeft hem de hoorns opgezet (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw)
  49. de drie h s meegeven (=iemand (zo mogelijk definitief) wegsturen)
  50. iemand in het zadel helpen (=iemand aan een (goede) functie/positie helpen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen