Spreekwoorden met `and`

Zoek


704 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `and`

  1. een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
  2. een oogje op iemand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
  3. een Poolse landdag (=wilde, ongeregelde vergadering)
  4. een put maken om een andere te vullen (=met de ene lening de vorige afbetalen)
  5. een rib(be) uit iemands lijf (=een grote uitgave)
  6. een rots in de branding (=een persoon waarop je kunt vertrouwen en die je steunt.)
  7. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  8. een schip op het strand is een baken in zee (=van de fouten die anderen hebben gemaakt kun je zelf veel leren)
  9. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  10. een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
  11. een tandje bijzetten (=extra inspanning leveren. (de gashendel een tand verschuiven))
  12. een zak zout met iemand gegeten hebben (=iemand al lang kennen)
  13. een zwak voor iets of iemand hebben (=iets/iemand leuk of aardig vinden)
  14. elkaar een hand kunnen geven (=zich in een vergelijkbare situatie bevinden)
  15. er de hand in gehad hebben (=eraan meegewerkt hebben, met raad of daad)
  16. er de hand voor in het vuur steken (=heel zeker weten dat iets zo is)
  17. er de handen voor op elkaar krijgen (=er steun (applaus) voor krijgen)
  18. er een handje van hebben (=hinderlijke gewoonte, als iemand de kans ergens toe ziet die ook nemen, een ander het werk laten doen)
  19. er het land aan hebben (=er een hekel aan hebben)
  20. er is geen land met hem te bezeilen (=je kan met hem niets aanvangen, omdat hij niet wil meewerken)
  21. er op gebrand zijn (=iets heel erg fijn vinden en er naar streven)
  22. er verstand van hebben als een kraai van een zaterdag (=er geen verstand van hebben)
  23. er zijn tanden inzetten (=vasthoudend zijn, niet snel opgeven)
  24. eten is een goed begin: het ene beetje brengt het ander in. (=letterlijke betekenis.)
  25. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  26. garnaal/spiering is ook vis als er anders niet is. (=wees tevreden met wat je kunt krijgen)
  27. gauw aangebrand zijn (=gauw geïrrteerd zijn)
  28. gebraden duiven vliegen niemand in de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
  29. geef het veulen geen haver en het kind geen brandewijn. (=behandel kinderen niet als grote mensen)
  30. geen groter venijn, dan vriend tonen en vijand zijn. (=iemands vertrouwen schaden is het gemeenste wat je kunt doen)
  31. geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)
  32. geen handbreed wijken (=niet opzij gaan, nooit bang is)
  33. geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
  34. geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
  35. geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
  36. gezegende omstandigheden (=in verwachting)
  37. goederen in de dode hand (=goederen die niet vererven)
  38. gouden handdruk (=grote afscheidspremie)
  39. haar op de tanden hebben (=van zich af kunnen bijten)
  40. had je me gisteren gehuurd dan was ik vandaag je knecht geweest (=je moet zo niet commanderen - dat doe ik gewoon niet!)
  41. hand over hand toenemen (=iets wordt steeds erger)
  42. handen aan het lijf hebben (=goed kunnen werken)
  43. handen als kolenschoppen (=zeer grote, sterke handen)
  44. handen in de schoot geeft geen brood. (=als je niets doet verdien je ook niets)
  45. handen tekort komen (=te weinig hulp hebben , overstelpt worden)
  46. handen wassen (=het toilet bezoeken)
  47. haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
  48. heel wat in zijn mandje hebben (=veel geleerd hebben, veel weten)
  49. het ene gat met het andere stoppen (=het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen)
  50. het ene ongeluk kan niet op het andere wachten. (=ongeluk komt zelden alleen)

1032 betekenissen bevatten `and`

  1. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  2. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (=drank verdringt gezond verstand)
  3. het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
  4. aan de bel trekken (=duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt)
  5. de neus optrekken (=duidelijk maken dat men iets of iemand niet waardeert)
  6. iemand de les lezen (=duidelijk zeggen dat iemand iets verkeerds gedaan heeft)
  7. de gekken krijgen de kaart (=dwaze en onverstandige mensen krijgen hun gelijk of ze dat hebben of niet)
  8. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
  9. het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
  10. zand schuurt de maag (=een beetje zand eten is niet erg (meer algemeen: stel je niet aan!))
  11. een aangeklede aap (=een bespottelijk iemand)
  12. paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is)
  13. voor paal/schut staan (=een blunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen))
  14. een verborgen agenda hebben (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband)
  15. voor het inkoppen hebben (=een eenvoudige kans om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander)
  16. onder het mes zitten (=een examen hebben, in angstige omstandigheden zitten)
  17. een beerput opentrekken (=een geheim onthullen of schandalen blootleggen.)
  18. een wolf in de schaapskooi. (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  19. een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  20. samen onder een deken liggen (=een gezamenlijk standpunt innemen)
  21. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  22. iemand een poets bakken (=een grap met iemand uithalen)
  23. je in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
  24. een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
  25. een slimme vogel (=een handig persoon met overal een oplossing voor)
  26. branden als een (tiere)lier (=een heel erg hevige brand)
  27. iemand niet kunnen luchten of zien (=een hekel aan iemand hebben)
  28. droge stokvis (=een houterig iemand)
  29. een veeg uit de pan krijgen (=een klap incasseren / op zijn donder krijgen / een standje krijgen)
  30. wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
  31. een land van melk en honing zijn (=een land waar het goed en voorspoedig leven is)
  32. een blok aan het been (=een last zijn voor iemand anders.)
  33. de wind waait uit die hoek (=een mening van iemand uit een bepaalde groep/partij)
  34. een gouden zadel maakt geen ezel tot paard. (=een mens verandert niet door uiterlijkheden)
  35. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  36. het sop is de kool niet waard (=een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven)
  37. een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
  38. een echte Hannes (=een onhandig persoon)
  39. een gat in de lucht slaan (=een onnozele handeling doen)
  40. een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
  41. een rijke stinkerd (=een rijk iemand)
  42. een vette gans bedruipt zichzelf (=een rijk iemand kan zichzelf redden)
  43. het verkorven hebben (=een slechte beurt gemaakt hebben bij iemand)
  44. een wigge drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
  45. een wig drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
  46. iemand op zijn vestje spuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
  47. iemand op de vingers tikken (=een standje geven, berispen)
  48. een bokking krijgen (=een standje krijgen)
  49. het op je boterham krijgen (=een stevig standje incasseren)
  50. ten hemel schreiend (=een toestand die zo erg is dat er eigenlijk direct iets aan gedaan zou moeten worden)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen