Spreekwoorden met `gg`

Zoek


104 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gg`

  1. wie a zegt moet ook b zeggen (=als je eenmaal ergens aan begonnen bent, moet je het ook afmaken)
  2. zeggen wat je doet en doen wat je zegt (=proactief communiceren en je houden aan toezeggingen)
  3. zeven kleuren bagger schijten (=erg bang zijn)
  4. zwaar op de maag liggen (=iets een moeilijk probleem vinden)

132 betekenissen bevatten `gg`

  1. de druiven hangen te hoog (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
  2. de druiven zijn zuur (zei de vos maar hij kon er niet bij) (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
  3. nu breekt mijn klomp (=van verbazing niet meer weten wat te zeggen)
  4. veel garen op zijn klos hebben (=veel te zeggen hebben - veel aanmerkingen maken)
  5. tekst en uitleg geven (=verantwoording afleggen)
  6. je matten oprollen (=vertrekken, weggaan)
  7. kijken hoe de hazen lopen (=voorzichtig te werk gaan, eerst afwachten hoe de verhoudingen blijken te liggen)
  8. iemand onder de kin strijken (=vriendelijke of vleiende dingen tegen iemand zeggen)
  9. de verloren zoon is terecht (=wat (of wie) al lang verloren was, is teruggevonden)
  10. quod est (=wat wil zeggen)
  11. de hielen lichten (=weggaan)
  12. je hielen laten zien (=weggaan)
  13. kort aangebonden (=weinig zeggend, onvriendelijk)
  14. kort van stof (=weinig zeggend, onvriendelijk)
  15. horen zien en zwijgen (=wel waarnemen, maar er verder niets van zeggen)
  16. iemand mores leren (=wraak op iemand nemen en/of flink zeggen hoe het er voor staat)
  17. in het oor fluisteren (=zachtjes (heimelijk) zeggen)
  18. kinderen en dronkaards spreken de waarheid (=ze zeggen wat ze vinden, ze zijn ongeremd)
  19. zo ziek als een hond zijn (=zeer ziek zijn, doodziek op bed liggen)
  20. de dingen bij hun naam noemen (=zeggen waar het op staat)
  21. de woorden uit de mond halen/nemen (=zeggen wat de ander ook net wou zeggen)
  22. er mee voor de draad komen (=zeggen wat de precieze bedoeling is)
  23. met het water voor de dokter komen (=zeggen wat je bedoelt)
  24. het hart op de tong hebben. (=zeggen wat je er van vindt)
  25. op de tong liggen (=zeggensklaar zijn)
  26. op de pit leunen (=zich laten voorzeggen (door toneelspelers))
  27. stille waters/wateren hebben diepe gronden (=zij die weinig zeggen hebben vaak het onvoorspelbaarste karakter)
  28. van zijn hart geen moordkuil maken (=zijn gevoelens niet opkroppen / vrijuit zeggen wat je niet bevalt / eerlijk zeggen over hoe er over iets gedacht wordt)
  29. de wet stellen (=zijn wil opleggen)
  30. te grabbel gooien (=zomaar weggooien, opofferen)
  31. iets tussen neus en lippen zeggen (=zonder dat je het merkt in het geheel iets zeggen)
  32. in der minne schikken (=zonder verder geruzie bijleggen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen