62 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `water`
- spijkers op laag water zoeken (=uitermate achterdochtig zijn, onprettige opmerkingen maken over onbelangrijke zaken)
- stille waters/wateren hebben diepe gronden (=zij die weinig zeggen hebben vaak het onvoorspelbaarste karakter)
- storm in een glas water (=ophef over niets)
- uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen praten geen kwaad)
- verdrinken eer men water gezien heeft (=mislukken voordat het begonnen is)
- vuil water blust ook vuur. (=in moeilijke situaties moet je creatief en niet te kieskeurig zijn)
- water bij de wijn doen (=compromissen zien te sluiten)
- water en vuur zijn (=elkaar niet kunnen verdragen)
- water in de zee dragen (=iets totaal zinloos doen)
- water in je kelder hebben (staan) (=een te korte broek aanhebben)
- water naar de zee dragen (=een zinloos karwei opknappen)
- weer boven water komen (=weer tevoorschijn komen)
50 dialectgezegden bevatten `water`
- Gaas, water en leecht (=We gaan er tegenaan) (Hunsels)
- geduepte maalk (=met water verdunde melk) (Lokers)
- gekots ên gesjiëte; aut het gezich gesnië (=als twee druppels water) (Bilzers)
- gespooën in gescheedn (=als twee druppels water) (Kaprijks)
- gestampt in gestuikt (=als twee druppels water) (Kaprijks)
- hae zaag ook get! (=spuit nummer 11 geeft ook water) (Munsterbilzen - Minsters)
- het lotte bekiele (bezinke) (=water bij de wijn doen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Hij hee water in zijnen kelder, hij hee onder den tram gelegen (=Zijn broek is te kort) (Wetters)
- Hij krijg geen spoog water van mij, nog geen spoog! (=hij krijgt niets van mij,) (Utrechts)
- Hij reed de ploemp in (=Hij reed het water in) (Hoogeveens)
- ich hem hoog water (=ik moet dringend plassen) (Diesters)
- Ie kunt zölfs een vis zolang targen dat e tot 't water oetkomp. (=Ieder mens heeft een grens (aan zijn / haar verdraagzaamheid) ) (Drents)
- ij gieng eulemaol kopkenonder (=hij verdween geheel onder water) (Oudenbosch)
- Ik krêêg dur ut spaauw van in mun bakkes (=Het water liep me in de mond) (Bredaas)
- in 't maaieum pleure (=in het water gooien) (Rotterdams)
- ist water nie te zoep'n (=als het kalf is verdronken.) (Klazienaveens)
- kermis in den helder, water in de kelder (=tijdens de week van de grote kermis regent het zo goed als altijd) (Helders)
- langest zee loëpen (=langs het water van het huidige Gooimeer lopen) (Huizers)
- lanks doa moeje ne goan der stout woater op de boan (=langs daar moet je niet gaan er staat water op de baan) (Denderleeuws)
- Lietsje. (WT) (=vlakke steen over water laten springen) (Mechels (NL))
- maar alennig as ik op de rugge zwem (=het staat als een paal boven water) (Klazienaveens)
- machineke fiks (=waterreservoir aan de Viaductstraat waar vroeger de stoomlocomotieven zich van water voorzagen. De plaats werd ook illegaal als zwembad gebruikt) (Tiens)
- ne muujer zojjenne woeëter (=een ketel met kokend water) (Meers)
- ne waterbek (=het water in de mond) (maldegems)
- nen dreupel woatre (=een druppel water) (Overmeers)
- oantse en tsjiepke (=met platte steen over 't water stuiteren) (Knesselaars)
- Om aacht uuru 't woatur hièt (=Om acht uur het water heet) (Brakels (gld))
- snoek: Snoek (gevangen) emmen (=water in je schoenen hebben) (Lebbeeks)
- soeëvës bier mètte maach, smërgës watter aut de graach (='s avonds bieren uit een kan, 's morgens water met een Dafalgan) (Munsterbilzen - Minsters)
- soëves bier métte maach, smërges wotter autte graach (='s avonds drank in het groot, 's morgens tevreden met water uit de sloot) (Bilzers)
- spiekers op leeg water zuuk' ng (=spijkers op laag water zoeken) (Lutters)
- stekke tsjiebe 't is mais (=een steek onder water) (Kaprijks)
- stekke tsjiepkes maïs (=een steek onder water geven (figuurlijk)) (Gents)
- swobbelen, uutswobbelen (woste) (=over en weer bewegen in water vb wasgoed)) (Veurns)
- t woater zuijt (=het water kookt) (Geels)
- Temberken (=Oplossing van aardappelbloem in warm water om vleesjus mee aan te dikken) (Zelzaats)
- tis em gespoog' n (=op iemand gelijken als twee druppels water) (West-Vlaams)
- twor loos alarm (=het was maar storm in een glas water) (Munsterbilzen - Minsters)
- uin den euverkant vant struit leit er oewek wuiter op de buin (=aan de overkant van de straat ligt er water op de baan) (Teralfens)
- V'r hoeele de kaoeter mit waoeter oet de kaonjel van 't taoek van de noetaoris op de sjtaoesie (=We halen de kater met water uit de dakgoot van het dak van de notaris op het station) (Eesjdens)
- van watter kraajgste alléén mèr troëne èn zen ooge (=ik drink nooit water) (Munsterbilzen - Minsters)
- vanne druuegdje geit niks kepot, mer van ’t naat waertj ’t rot (=van (veel) water gaan de plantenwortels rotten) (Heitsers)
- viël lewaet vër niks (=storm in een glas water) (Munsterbilzen - Minsters)
- virke stoëke (=gevaarlijk spel spelen (de kruik gaat zolang te water tot ze breekt)) (Munsterbilzen - Minsters)
- vlemke sjieëte (=met een steen zo vlak mogelijk over het water werpen zodat hij meermaals de oppervlakte raakt (vlam maakt)) (Munsterbilzen - Minsters)
- vlémke sjiete (=met platte steentjes over het oppervlak van het water werpen, zodat vlammetjes ontstaan) (Munsterbilzen - Minsters)
- water aansteken (=water opzetten) (Arnhems)
- water in de kelder (=te korte pantalon) (Diesters)
- water is lekker, mer ’t mót ieërst door de brouwerie zeen geloupe (=bier smaakt beter dan water) (Heitsers)
- Wetter hoale an de bon (=water halen aan de bron) (Walshoutems)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen