Spreekwoorden met `boven`

Zoek

28 dialectgezegden bevatten `boven`

  1. kriege der noch kop noch steîrt an (=dat gaat mijn verstand te boven) (Kortemarks)
  2. Kums tig hieroppes. (WT) (=Kom je naar boven) (Mechels (NL))
  3. lievër e koet èn mëne sjoen, dan ne sjoen èn me koet (=ik verkies een gat in mijn schoen boven een schoen in mijn gat) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. Loop met de neus naar boven (=ik kom uit venlo) (Venloos)
  5. maar alennig as ik op de rugge zwem (=het staat als een paal boven water) (Klazienaveens)
  6. met kop en schotel boven de rest uitsteken (=met kop en schouders boven de rest uitsteken) (Rotterdams)
  7. Naor boave gaon (=Naar boven gaan) (Wells)
  8. noe zeen we ter (=nu komt de waarheid boven) (Kinroois)
  9. noenk dae stoenk totte wêrd vergoenk (=nonkel stonk boven de wind uit) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. onder 't woeët'rr zat ne poeët'r mi zèn tieën'n boven 't woeët'r : oeveel tieën'n au die poëet'r? (=aftelrijmple) (Meers)
  11. onder twoeëtr zat ne poeëtr mi zèn tieënen boven twoeëtr. Oeveel tieënen at dieë poeëtr... (=aftelrijmpje) (Meers)
  12. Paartie lu hebt aid geluk, as ze in de vaort valt komt ze met een visse in de bek wèer boven (=Geluksvogels heb je altijd) (Drents)
  13. poeptjie boven d' èèrde (=hij is klein van gestalte) (Brugs)
  14. raenger, raengerdrüpke, val mèr op me küpke, val mèr opte grond, raener ès gezond (kinderliedje) (=alle zegen komt van boven) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. Stal boven al! (=Fiere Stallenaren hebben dit ooit wel eens gezegd) (Stals)
  16. stront wie ef oe e'sketen (=iemand die zich boven zijn stand gedraagt) (Kampers)
  17. t wicht haaj zich begaajdj (=van beneden tot boven vies gemaakt; helemaal ondergepoept) (Heitsers)
  18. tbloed krip baut nie lope kan (=diepere verlangens komen ééns weer boven) (Bilzers)
  19. tege un peerd kunde nie gaope (=baas boven baas) (Oudenbosch)
  20. tis ter ermoe boven in t emde (=armelui) (Zeeuws)
  21. uger kakken dan da zij gat stoat (=boven zijn stand leven) (Brakels)
  22. uren boven de wind stinken (=zeer hard stinken) (Lovendegems)
  23. van boven bont mar van onderen stront (=het lijkt heel wat, maar het stelt niks voor) (Tilburgs)
  24. Van boven bont van ondern stront (=Het lijkt heel wat maar valt tegen) (Giethoorns)
  25. Van boven boont en van onderen stroont (=Uiterlijk vertoon) (Zurriks)
  26. ze zaat'n hudje bij mudje (=de mensen zaten boven op elkaar) (Westerkwartiers)
  27. ze zin dor boven wa ont kljeirmoaken; 't zal subiet ne speet gôn doen, ze zé weer een schupken ont ljaan (=het zal seffens gaan regenen) (Sint-Niklaas)
  28. zienen haon moet boven kraaien (=hij moet altijd gelijk hebben) (Budels)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen