67 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Geven`
- iemand zijn vet Geven (=iemand flink de waarheid zeggen)
- iets een vernisje Geven (=iets opkalefateren)
- in het licht Geven (=uitgeven - publiceren)
- je moet een geGeven paard niet in de mond kijken (=je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes)
- je ogen de kost Geven (=alles goed in zich opnemen)
- je op glad ijs wagen/beGeven (=ergens over gaan praten waar die weinig van af weet)
- je zult ze maar de kost moeten Geven (=het zijn er veel (mensen))
- kijk een geGeven paard niet in de bek (=je mag niet klagen over de kwaliteit van iets dat men gratis krijgt)
- men zou hem een aalmoes Geven (=hij ziet er armoedig uit)
- niet thuis Geven (=het verwachtingspatroon niet kunnen nakomen)
- opzitten en pootjes Geven (=zich onderwerpen aan een verplicht gesprek)
- te kennen Geven (=laten verstaan)
- tegenspel bieden/Geven (=tegenstand bieden)
- tekst en uitleg Geven (=verantwoording afleggen)
- veel beloven en weinig Geven, doet de gek in vreugde leven (=veel mensen zijn al blij met een belofte en geloven alles)
- vol gas Geven (=het zo snel mogelijk doen verlopen)
- zoveel Geven om iets als een boer om een kers (=er totaal niets om geven)
137 betekenissen bevatten `Geven`
- geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt (=gelukkig leven met de geGeven mogelijkheden/beperkingen)
- je zegel aan iets hechten (=goedkeuring of toestemming ergens aan Geven)
- iemand uit de loog borstelen (=hem nieuwe kleren Geven)
- je laten kennen (=het (al te vroeg) opGeven)
- je laten kisten (=het (al te vroeg) opGeven)
- het antwoord schuldig blijven (=het antwoord niet kunnen Geven)
- huilen met de wolven in het bos (=het er niet mee eens zijn maar wel de baas gelijk Geven en bevestigen)
- je huid duur verkopen (=het niet gemakkelijk opGeven)
- je niet laten kennen (=het niet te vlug opGeven)
- de kolf naar de bal werpen (=het opGeven)
- de vlag strijken (=het opGeven)
- je hoofd in de schoot leggen (=het opGeven)
- het zeil strijken (=het opGeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
- je vel duur verkopen (=het slechts onder de grootste druk opGeven)
- iemand op zijn wenken bedienen (=iemand altijd en onmiddellijk Geven waar hij om vraagt)
- iemand iets in de mond geven (=iemand de mening van een ander laten Geven in plaats van de eigen mening)
- iemand de genadeslag geven (=iemand die al in grote moeilijkheden zit nog een probleem erbij Geven zodat diegene het niet meer aan kan)
- wie het breed heeft laat het breed hangen (=iemand die veel geld heeft kan veel geld uitGeven)
- iemand de handen zalven (=iemand een geschenk Geven in de hoop een gunst te bekomen)
- vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel Geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te Geven.)
- iemand een hengst verkopen. (=iemand een harde klap Geven)
- iemand een bokking geven (=iemand een standje Geven)
- iemand iets aan de hand doen (=iemand een suggestie Geven)
- iemand op het verkeerde been zetten (=iemand ergens een verkeerde indruk van Geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt)
- iemands handen zalven (=iemand iets Geven in de hoop een gunst te verkrijgen)
- iemand de ogen openen (=iemand inzicht Geven in iets wat diegene nog niet doorhad)
- iemand kort houden (=iemand niet veel bewegingsvrijheid Geven (fig.))
- iemand in het zonnetje zetten (=iemand op positieve wijze aandacht Geven, iemand eer bewijzen)
- iemand tekort doen (=iemand te weinig Geven of begrijpen)
- de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop Geven op iets dat hij graag wil hebben)
- de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid Geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
- iemand uit kuieren sturen (=iemand wandelen sturen - niet Geven wat hij verlangt)
- de bijl naar de steel werpen (=iets geheel opGeven)
- een koekje van eigen deeg (=iets Geven (of krijgen) wat oorspronkelijk bedacht is door degene die het krijgt (of geeft))
- baat het niet, schaadt het niet (=iets kan helpen, maar als het niet helpt zal het geen problemen Geven)
- een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander Geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
- iets van de hand doen (=iets wegGeven of verkopen)
- over iemand een boekje opendoen (=informatie over iemand Geven, waarvan diegene niet wil dat het bekend wordt)
- wie pleit om een paard, behoudt de staart. (=je kunt beter wat toeGeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)
- verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitGeven voordat je het hebt verdiend)
- je op de vlakte houden (=je niet te veel met de zaak bemoeien, geen duidelijk oordeel Geven)
- een knuppel in het honderd gooien (=kritiek Geven zonder namen te noemen)
- het roer in handen hebben (=leiding Geven en door moeilijke tijden heen komen)
- zo de abt, zo de monniken (=medewerkers gedragen zich net zoals hun leidingGevende)
- zo de heer, zo de knecht (=medewerkers gedragen zich net zoals hun leidingGevende)
- je licht niet onder de korenmaat zetten (=meespreken, je mening Geven en laten merken dat je er iets van weet)
- je in de kaart laten kijken (=meestal onopzettelijk een ander inzicht Geven in je bedoelingen)
- overstag gaan (=na aandringen/lang er mee wachten toeGeven)
- iemand te woord staan (=naar iemand luisteren en uitleg Geven)
- iemand gehoor geven (=naar iemand luisteren, gevolg Geven aan zijn vraag)
50 dialectgezegden bevatten `Geven`
- de diër wijd oeëpë zètte (=er kans toe Geven) (Munsterbilzen - Minsters)
- de haande doew (=de hand Geven) (Vechtdals)
- De kat op ut spek biene (=Iemand de gelegenheid Geven) (Gastels)
- de lâmp aanne klok hânge (=zijn mening Geven) (Weerts)
- de liefde ken niet van één kaant komm' n (=men moet Geven en nemen) (Westerkwartiers)
- De mèm geeve (=De borst Geven) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- de moes nie op ielke slek zaat wille lègge (=je moet niet overal commentaar op Geven) (Munsterbilzen - Minsters)
- de moes zën eege nie autdoen vurdaste noë bèd gees (=het is gevaarlijk veel weg te Geven voordat je doodgaat) (Munsterbilzen - Minsters)
- de mossët wol op iemëd staeke (=je moet wel iemand de schuld Geven) (Munsterbilzen - Minsters)
- de schuld bij 'n aaner ien 'e schoen'n schuuv'm (=iemand anders de schuld Geven) (Westerkwartiers)
- De vijf geboden op ui koake Geven (=Een kaakslag Geven) (Aspers)
- de vingers jeuk'n mij (=ik zou hem zo graag een pak slaag Geven) (Westerkwartiers)
- De worm zaegenen (=Standje Geven) (Venloos)
- de zoos him e knepke gaeve (=je zou hem willen doen ophouden met dat onnozel gedoe door hem 5 cent te Geven) (Munsterbilzen - Minsters)
- Der een kartetch op Geven (=Er een lap op Geven) (Moorsel)
- der ne skip in Geven (=een benaderende oplossing Geven) (Meers)
- die is te leluk om vreten te Geven mee nen riek (=dat is geen knappe ...) (Graauws)
- die motte nie de lengte geve (=die moet je niet de kans Geven) (Oudenbosch)
- doavui zaa 'k mai bloot gat loate zee (=om aan te Geven dat men iets bepaalds graag eet) (Leefdaals)
- door de houte meule laote (=een aframmeling Geven) (Geuls)
- é djok Geven (=duwen) (West-vlaams)
- e keunebille geevn (=een stoot tegen de dijen Geven) (Veurns)
- è keunebille Geven (=met zijn knie een stoot in het bovenbeen Geven) (Veurns)
- ë pollëke of 'n hendsje gaeve (='n handje Geven) (Munsterbilzen - Minsters)
- e schingeling Geven (=schudden) (Veurns)
- e sërmaun gaeve (krijge) (=naar de voeten Geven (krijgen)) (Munsterbilzen - Minsters)
- e toeffeling Geven (=een pak slaag Geven) (Veurns)
- E za zen salooë ensj krauëgen ze (=Iemand zijn zaligheid / preek Geven) (Liedekerks)
- eeme op ziene dèk houwe (=slaag Geven) (Weerts)
- één 'n steek onner wodder geev'm (=iemand een sneer Geven) (Westerkwartiers)
- een beis geive (=kus Geven) (Vilvoords)
- een bisken Geven (=een kus Geven) (Wichels)
- een cintroeng oep z'n bakkes geve (=iemand een mep Geven) (Antwerps)
- Een dajakker gevu. (Dajakkers waren koppensnellers) (=Een klap voor je kop Geven) (Utrechts)
- één de nekslag geev' m (=iemand de genadeklap Geven) (Westerkwartiers)
- Een Deinse dessinge (=Een ferme klap rond de oren Geven) (Deinzes)
- een eike Geven (=zacht en strelend met een wang tegen elkaars gezicht wrijven) (Sint-Niklaas)
- een hengst verkopen (=een klap Geven) (Bargoens)
- Een henks /hengs (hengst) Geven (=Iemand een keiharde knal verkopen.) (Utrechts)
- één ien 'e koart speul'n (=iemand voordeel Geven) (Westerkwartiers)
- Een kruier Geven (=Iets 'raak' zeggen) (Monnickendams)
- Een mèm Geven (=De borst Geven) (Sint-Katelijne-Waver)
- een mot Geven (=een slag Geven) (Vrasens)
- een mot Geven (=iemand slaan) (Meers)
- Een mot oep a bakkes geve (=Een tik op je mond Geven) (Bornems)
- een nieuwe muile kàppe, mee eu muile tege de Dampuurte plàkke (=iemand een rammeling Geven) (Gents)
- Een opgemaakte mouwe (=Een verkeerde voorstelling vaken Geven) (Giethoorns)
- een patat op oer bakkes gieve (=een mep op uw gezicht Geven) (Lummens)
- een pes teige zaën oeëre geive (=een oorveeg Geven) (winksels)
- Een poefing Geven (=Iemand afkloppen) (Bevers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen