30151Vaak slaat de vrees voor rampen dieper wonden dan zeker weten; want, als men ze kent, kàn het te laat zijn, ja, maar tijdig weten brengt vaak nog redding.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30151![]()
Vaak slaat de vrees voor rampen dieper wonden dan zeker weten; want, als men ze kent, kàn het te laat zijn, ja, maar tijdig weten brengt vaak nog redding.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30152![]()
Veel beter kan je spelen met een welp
William Shakespeare (1564-1616)
dan met een oude leeuw die sterven gaat.
Engels toneelauteur
30153![]()
Veel hebben bekeken en niets bezitten, dat is nog eens rijke ogen en arme handen hebben.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30154![]()
30155![]()
Verborgen leed, als een verstopte oven,
William Shakespeare (1564-1616)
Verbrandt het hart, waarin het woont, tot as.
Engels toneelauteur
30156![]()
Verdriet ontregelt tijd en slapensuur,
William Shakespeare (1564-1616)
Maakt dag van duisternis, en nacht van licht.
Engels toneelauteur
30157![]()
30158![]()
30159![]()
30160![]()
Verliefden worden in hun liefdesspel
William Shakespeare (1564-1616)
door hun eigen schoonheid verlicht.
Engels toneelauteur
30161![]()
Vermoeidheid snurkt ook op de hardste rots, en lome luiheid vindt donzen bedden hard.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30162![]()
30163![]()
Verstandig blijven en liefhebben
William Shakespeare (1564-1616)
Overstijgen de mogelijkheden van de mens.
Engels toneelauteur
30164![]()
Volharden in halsstarrig klagen is een uiting van onmannelijk verdriet, zondig verzet.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30165![]()
Volharden in onrecht kan het onrecht niet verkleinen, het wordt er groter door.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30166![]()
Voor pleziertjes moet betaald worden, vroeg of laat.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30167![]()
Voor sommigen zijn talenten niet meer dan vijanden.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30168![]()
Vorsten dienen te zijn
William Shakespeare (1564-1616)
Als goden, mild voor wie ze eer bewijst.
Engels toneelauteur
30169![]()
Vrede dale op uw stof,
William Shakespeare (1564-1616)
En het graf verkonde uw lof!
Engels toneelauteur
30170![]()
Vriendschap is trouw in alles, behalve in zaken en de liefde.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30171![]()
30172![]()
Vrouwen zijn als rozen: is hun bloem eenmaal ontloken, `t is meteen hun val.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30173![]()
Vuur doet vloeistof borrelen tot ze overkookt, en zo verspilt het wat het schijnbaar meerde.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30174![]()
Mededogen is de deugd van de wet.
William Shakespeare (1564-1616)
Alleen tirannen kennen geen erbarmen.
Engels toneelauteur
30175![]()
Meer dan naar `t gladde ratelen van de jeugd
William Shakespeare (1564-1616)
Wordt naar de man die weldra zwijgt gehoord.
Z`n einde is wat ons van de mens `t meest heugt.
Engels toneelauteur
30176![]()
Men brengt de koopman de zijde niet terug die men bedorven heeft; men werpt de spijzen die over zijn niet op de vaalt omdat men verzadigd is.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30177![]()
Men kan slechts wat men liefheeft naar verdienste prijzen.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30178![]()
Menigeen die glimlacht bergt in `t hart,
William Shakespeare (1564-1616)
Zo vrees ik, honderdduizend boze plannen.
Engels toneelauteur
30179![]()
Met de een reist de Tijd in een ander tempo dan met de ander.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30180![]()
Met z`n tweeën kun je goed overleg plegen, als er één zwijgt.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30181![]()
Minder grieft scheiding van lichaam en ziel
William Shakespeare (1564-1616)
dan grootheid die zich terugtrekt.
Engels toneelauteur
30182![]()
Misbruik van grootheid is: macht en geweten te scheiden.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30183![]()
30184![]()
Niemand bezit ooit iets écht tenzij hij anderen daarin laat delen.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30185![]()
Niemand mijdt
William Shakespeare (1564-1616)
het hemelpad dat hem ter helle leidt.
Engels toneelauteur
30186![]()
Niet elk kan meester zijn, en trouw gediend
William Shakespeare (1564-1616)
Is ook niet elke meester.
Engels toneelauteur
30187![]()
30188![]()
30189![]()
30190![]()
Nooit genoeg bevestigd wordt de waarheid,
William Shakespeare (1564-1616)
Al slaapt de twijfel ook voorgoed.
Engels toneelauteur
30191![]()
Nooit komen zorgen alleen, als spionnen,
William Shakespeare (1564-1616)
Maar steeds in cohorten.
Engels toneelauteur
30192![]()
Nooit verneemt men vloeken van hen wier lippen vloeken in de lucht.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30193![]()
30194![]()
30195![]()
O! Het is fantastisch reuzenkracht te hebben, maar tiranniek het als een reus te gebruiken.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30196![]()
O, kende je de felle gloed der liefde,
William Shakespeare (1564-1616)
Je trachtte eer een vuur met sneeuw te ontsteken
Dan `t liefdevuur met woorden uit te doven.
Engels toneelauteur
30197![]()
O, laat de vrouw die haar overtredingen niet op haar man weet af te schuiven nooit zelf haar kind zogen, want ze maakt er maar sukkels van.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30198![]()
Om zijn doel te bereiken citeert de duivel zelfs uit de Schrift.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30199![]()
Onder twintig verstandige mensen is er niet één die zichzelf prijst.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30200![]()
Ongemakkelijk ligt het hoofd dat een kroon draagt.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur

