30101
30101![]()
30102![]()
Een slecht politicus is er een die zelfs God om de tuin zou leiden.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30103![]()
30104![]()
Een tegenslag komt nooit alleen, maar sleept
William Shakespeare (1564-1616)
Steeds erfgenamen in zijn kielzog mee.
Engels toneelauteur
30105![]()
Een vette koning en een magere werkloze zijn alleen maar twee verschillende gerechten van één menu, twee schotels op één tafel.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30106![]()
Een vrouw die men wil winnen is een engel, maar zij valt als men haar heeft - het genot schuilt in de jacht.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30107![]()
Een vrouw die niet fatsoenlijk is, is geen vrouw.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30108![]()
Een vrouw wordt een onnozele trut
William Shakespeare (1564-1616)
Als ze de fut niet heeft zich schrap te zetten.
Engels toneelauteur
30109![]()
Een vrouwenbuik heeft geen grendel, de vijand gaat erin, met pak en zak.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30110![]()
Een vrouweneed betekent voor wie hem ontvangt niet meer dan deugdzaamheid voor haar, dat is dus, niets.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30111![]()
Een wakkere dwerg stel ik veel hoger dan een slapende reus.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30112![]()
Een ware nar lastert niet, al doet hij niets dan spotten; en zo spot ook een als verstandig bekend staande man niet, al doet hij niets anders dan berispen.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30113![]()
30114![]()
Elke man die sneuvelt met een kwaad geweten krijgt zijn kwaad op eigen hoofd.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30115![]()
Ellende kan aan je wangen knagen
William Shakespeare (1564-1616)
maar niet aan je ziel.
Engels toneelauteur
30116![]()
Er is geen duisternis dan de onwetendheid des geestes.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30117![]()
Er moet altijd vers hoerenvlees zijn en die het levert, moet in de pekel.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30118![]()
Er schuilen in de man geen slechte neigingen die hij niet, dat verzeker ik u, van de vrouw heeft.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30119![]()
Er zijn méér dingen in de hemel en op aarde, Horatio, dan dat je in je filosofie kunt dromen.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30120![]()
30121![]()
Geen enkel filosoof verdroeg ooit tandpijn geduldig.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30122![]()
Geen loos gepraat,
William Shakespeare (1564-1616)
voor het idee verslapt, op met de daad!
Engels toneelauteur
30123![]()
Geen sterfelijke macht noch grootheid kan kritiek ontlopen.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30124![]()
Geesten zijn enkel hoogbegaafd voor een schoon doel.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30125![]()
Gelijkheid van twee machten in het rijk verwekt verdeeldheid tot in kleinigheden.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30126![]()
30127![]()
Gematigd rouwbetoon is het recht van de dode, overmatige droefenis de vijand van de levende.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30128![]()
Geneesmiddelen verlengen het leven, maar zelfs de dokters gaan eens dood.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30129![]()
Genot en wraakzucht zijn voor de stem van het helder oordeel dover dan adders.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30130![]()
Gerucht verdubbelt als een stem met echo het aantal der gevreesden.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30131![]()
Geweten is een woord, bedacht door lafaards.
William Shakespeare (1564-1616)
Vooral bedoeld de sterke af te schrikken.
Engels toneelauteur
30132![]()
Gezichtsvermogen moet zich verliezen in iets anders om zichzelf te kunnen zien.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30133![]()
30134![]()
God heeft ons de goddelijke rede niet toebedeeld opdat zij ongebruikt in ons verschalen zou.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30135![]()
Goud brengt brave lieden om en redt de dief, maar soms ook brengt het beiden aan de galg.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30136![]()
30137![]()
Grievender dan slangenbeten is een ondankbaar kind.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30138![]()
Grijpbare vrees is niets bij gruwelen die in de hersens spinnen.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30139![]()
Grommend leed is zwakker als het bijt,
William Shakespeare (1564-1616)
Indien je `t uitlacht en voor lucht verslijt.
Engels toneelauteur
30140![]()
Grootse gebeurtenissen treffen ook hen door wie ze zijn ontstaan.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30141![]()
Heeft bitter verdriet gezelschap nodig?
William Shakespeare (1564-1616)
Brengt het altijd andere bitterheden mee?
Engels toneelauteur
30142![]()
Heldenmoed is voor het grootste part niet opvallen...
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30143![]()
Het Engelse volk is zo taai dat het, zelfs dood, als een kogel die stuit, ten tweede male inheil aan kan richten en doodslaan uit weerkaatsing uit zijn dood.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30144![]()
30145![]()
30146![]()
Het heeft geen zin om te zoeken
William Shakespeare (1564-1616)
naar iemand die geen zin heeft
om zich te laten vinden.
Engels toneelauteur
30147![]()
Het is beter slecht te zijn dan slecht te heten,
William Shakespeare (1564-1616)
als niets zijn enkel ergernis opwekt,
en ons plezier ontneemt dat het geweten
van anderen verwerpt, maar het onze dekt.
Engels toneelauteur
30148![]()
30149![]()
Het is een bitter lot, de vrouw te zijn van een man die haar verafschuwt.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur
30150![]()
Het is een dappere vlo die ontbijt op de lip van de leeuw.
William Shakespeare (1564-1616)
Engels toneelauteur

