5101Advies voor sprekers
Godfried Bomans (1913-1971)
1. Je moet niet te vroeg komen. Als een spreker vijftien minuten al te zien is voordat hij het woord moet voeren, verliest hij zijn magie.
2. Je spreekt een zaal toe als een leeuwentemmer die zijn vak verstaat en rustig zijn dieren toespreekt.
3. Een goed spreker stelt zijn publiek gerust. Langzaam aan wordt zijn greep vaster, z`n zinnen korter. Zo drijft hij de kudde bijeen in de ban van het woord.
4. Een spreker moet ook iets in de hand hebben. Een bril bijvoorbeeld. Zet de bril halverwege op je neus, bedenk je dan en berg hem terug op, ondertussen je zin een totaal andere wending gevend. Het maneuver suggereert een improvisatie en brengt deze zichtbaar in beeld.
Nederlands humoristisch schrijver

