zebedeus als dialectwoord
Onnozel persoon, sukkel (Archaïsch)   tobber (Bilzers)   sul, simpele van geest (Hamonter)  

6 definities op Encyclo
  • 'Zebedeüs' (Koinè: Ζεβεδαῖος, 'Zebedaios', van het Hebreeuws: זְבַדְיָה, 'zəvadjāh', 'Geschenk van JHWH') was volgens het Nieuwe Testament een visser in Galilea en vader van Jezus' apostelen Johannes en Jacobus (Matteüs 4:21-22; 10:2; Marcus 1:19-20).
  • [Let op: Spelling en uitleg uit 1890] (Het is een -) een sukkelaar, naar Zebedéus (Matth. IV:21), omdat men van hem nooit iets anders leest, dan dat hij de vader was van twee van Jezus discipelen. Of misschien hieruit te verklaren, dat men, volgens Mark. I:19, 20, hem voor alles liet zitten, en dat dus in he...
  • 1) Bijbelse naam
  • 1) Weerloze tobber 2) Een weerloze tobber 3) Tobber 4) Sul 5) Sukkelaar 6) Vader van jacobus
  • ZEBEDEûS (Gr. vorm van het Aram. Zabdai) wordt op verschillende plaatsen in het Nieuwe Testament genoemd als de vader van de apostelen Jacobusen Johannes Matth.4 : 21,10 : 2,20 : 20, 26 : 37, 27 : 56, Marc. 1 : 19 v., 3 : 17, 10 : 35, Luc. 5 : 10, Joh. 21 : 2). Uit een vergelijking van Matth. 27 : 56 en Marc...
Toon uitgebreidere definities

Op andere websites
Zoek zebedeus in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek zebedeus op Google
Zoek zebedeus op Woordenlijst.org
Zoek zebedeus in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek zebedeus op Wikipedia