5 definities op Encyclo
  • 'Vicus' (meervoud: 'vici') is een Latijns woord, waarmee in de Romeinse tijd verschillende soorten van nederzettingen werden aangeduid. Een vicus in de Romeinse tijd kon betrekking hebben op een nederzetting in een landelijk gebied ('pagus'), maar ook op een deel van een grotere nederzetting.
  • [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] wijk, buurt, gehucht, straat
  • Een vicus was in de Romeinse tijd vaak een civiele nederzetting met Handwerkers en handelaren bij een castellum (Romeins fort), of een klein stadje dat op de kruising lag van belangrijke handelswegen en meestal een handelsplaats was. In de middeleeuwen duidde het woord vicus op een kleine nederzetting die zel...
  • Het Latijnse woord vicus betekent 'gehucht' of 'wijk'. In de betekenis 'gehucht' werd het gebruikt voor een dorp van vijfhonderd tot duizend inwoners. Een vicus was in de Romeinse tijd vaak een nederzetting bij een Romeins castellum (legerplaats) of een klein stadje dat op de kruising lag van belangrijke hand...
  • Zowel oude Romeinse stedelijke woonwijken als Romeinse en Middeleeuwse handelswijken of dorpjes, die meestal buiten de muren van nabijgelegen militaire nederzettingen lagen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op vicus:
pelvicus

Op andere websites
Zoek vicus in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek vicus op Google
Zoek vicus op Woordenlijst.org
Zoek vicus in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek vicus op Wikipedia