• wie kaatst kan/moet de bal verwachten (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen) • wie het laatst lacht, lacht het best (=pas aan het einde kan je zien we gewonnen heeft) • wie het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen) • wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan) • van zijn voetstuk vallen (=ontmaskerd worden - de macht ontnomen worden) Toon alle 46 spreekwoorden die tst bevatten