Spreekwoorden en zegswijzen
• wie kaatst kan/moet de bal verwachten (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)
• wie het laatst lacht, lacht het best (=pas aan het einde kan je zien we gewonnen heeft)
• wie het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen)
• wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
• van zijn voetstuk vallen (=ontmaskerd worden - de macht ontnomen worden)
Toon alle 46 spreekwoorden die tst bevatten

1 definitie op Encyclo
  • 1) Toestel 2) Toestel (Afk.)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op tst:
gekwetstlaatstmisplaatstonthutstvoorlaatstwelgemutstversjwartstongeplaatstlaaggeplaatsthoogstgeplaatsthooggeplaatsthogergeplaatstgoedgemutstgemutsteen-na-laatstallerzwartstallerslechtstallerlaatstallergrootst

Op andere websites
Zoek tst in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek tst op Google
Zoek tst op Woordenlijst.org
Zoek tst in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek tst op Wikipedia