Let op: Spelling van 1858 Fr., verzameling, verscheidene zamengebragte of verzamelde dingen. Recueilleren, verzamelen, vergaderen; zich recueilleren, zich bekorten; tot zich zelven komen, in zich zelven keeren
[Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] verzameling, kort verhaal
1) Verzameling 2) Bundel
verzameling, uittreksel (toon de herkomst via de etymologiebank)