3 definities op Encyclo
- Uit `De lagere vaktalen: De tabakbewerkerstaal` 1914 pit, smaak. 'n Sigaar bezit qualiteit, is qualiteit.
- Let op: Spelling van 1858 qualité, Fr., qualitas, Lat., de gesteldheid, de eigenschap van een ding of van eenen persoon, ook de stand in de burgerlijke zamenleving; de titel, de benaming, die iemands waarde en rang in de burgerlijke zamenleving beteekent. Qualiteit en quantiteit, hoedanigheid en hoeveelheid
- [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] aanzien, hoedanigheid, gedaante, staat, titel, eigenschap, zoals
Toon uitgebreidere definitiesOp andere websites
Zoek qualiteit in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek qualiteit op
Google
Zoek qualiteit op
Woordenlijst.org
Zoek qualiteit in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek qualiteit op
Wikipedia