• vogels van diverse pluimage (=mensen met allerlei diverse achtergronden) • pluimen in de wind waaien (=iets doen zonder na te denken) • niet pluis zijn (=iets is er niet in orde) • liever brood in de zak, dan een pluim op de hoed (=van eer kan men niet leven) • iemand een pluim op zijn hoed steken (=iemand complimenteren) Toon alle 7 spreekwoorden die plui bevatten