zich oriënteren

reflexief werkw.
Uitspraak:  [orijɛn'terə(n)]
Vervoegingen:  oriënteerde zich (volt.deelw.)
Vervoegingen:  heeft zich georiënteerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) bepalen waar je bent
Voorbeeld:  `zich oriënteren met behulp van een kompas`

2) informatie, inlichtingen over iets verzamelen
Voorbeeld:  `een oriënterend gesprek`

© Kernerman Dictionaries.

6 definities op Encyclo
  1. bepalen op welke plaats je bent vb: in deze wijk kun je je moeilijk oriënteren zoveel mogelijk informatie verzamelen vb: ik wil me eerst goed oriënteren voordat ik een ...
  2. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Oriënteren``] 1o. Zich O., zich op alle plaatsen herkennen. 2o. Eene kaart O., haar zoodanig beschrijven, dat als het schrift gema...
  3. 1) Naar het kompas richten
  4. 1) Inzicht geven
  5. [Nederlands] bepalen op welke plaats je bent
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op oriënteren:
desoriënteren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
oriënteren (nagaan waar men zich bevindt)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `oriënteren` kennen.