martingale als dialectwoord
rugceintuur (Veurns)  

3 definities op Encyclo
  • Let op: Spelling van 1858 Fr., springriem der paarden. Martingaleur, in het farospel, iemand, die zijnen inzet telkens verdubbelt
  • 1) Halve ceintuur 2) Halve ceintuur achter op een jas 3) Bijzetteugels
  • halve ceintuur (toon de herkomst via de etymologiebank)
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
martingale (halve ceintuur)

Op andere websites
Zoek martingale in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek martingale op Google
Zoek martingale op Woordenlijst.org
Zoek martingale in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek martingale op Wikipedia