• met de klompen van het ijs blijven (=zich met iets niet inlaten) • met de klompen op het ijs komen (=zich onvoorzichtig ergens begeven waar men niet thuis hoort) • je klompen wegbrengen/wegzetten (=naar huis gaan/sterven) • het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten) • een boer op klompen (=een lomperd) Toon alle 6 spreekwoorden die lompe bevatten