Een tegen het zacht gehemelte gevormde spraakklank die onmiddelijk door een halfklinker wordt gevolgd. Bijvoorbeeld: `kw`
gezegd van velaren die door een halfklinker worden gevolgd (toon de herkomst via de etymologiebank)
In de fonetiek is een 'labiovelaar' hetzij een echte velaar met een secundaire articulatie van de lippen, hetzij een soort approximant die wordt gevormd door een coarticulatie van het zachte verhemelte en de geronde lippen. Veruit de meest voorkomende labiovelaar is de stemhebbende approximant /w/.