de knecht

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [knɛxt]
Verbuigingen:  knecht|en (meerv.)

1) jongen of man die een baas helpt bij het werk
Voorbeelden:  `boerenknecht`,
`Sinterklaas en zijn knecht Piet`

2) wielrenner die de belangrijkste wielrenner van de ploeg helpt sport
Voorbeeld:  `Twee knechten van de grootste kanshebber zijn betrapt op dopinggebruik.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bediende boerenknecht dienaar dienstknecht hulpje meester (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo heer zo knecht (=de knechten volgen het voorbeeld van de bazen)
• had je me gisteren gehuurd dan was ik vandaag je knecht geweest (=je moet zo niet commanderen - dat doe ik gewoon niet!)
• beter kleine meester dan grote knecht (=liever een bescheiden zelfstandige dan een grote knecht bij een baas)
• altijd de oude knecht blijven (=geen vorderingen maken (ook geen achteruitgang))
Naar de spreekwoorden

13 definities op Encyclo
  1. 1. een eenvoudige windas, zoals er bij elke mast een stond om de zeilen te hijsen; een bezaansknecht, een fokkeknecht, een voormarseknecht etc. De knecht stond vaak onder...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s, -en), mannelijke bediende, lakei; dienaar; slaaf; [spreekwoord] zoo heer zoo -, aan de bedienden kent men den meester; stomme -...
  3. VOC - Scheepsbouw : zware paal met katrolschijven.
  4. jongen of man die iemand helpt met werk vb: de boer had drie knechten
  5. •iemand die in dienst is van met name een boer.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met knecht:
knechtenknechtingknechtsknechtteknechtten

Deze woorden eindigen op knecht:
geknechtmeesterknecht

Herkomst volgens etymologiebank.nl
knecht (assistent, bediende)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `knecht` kennen.