kantje als dialectwoord
• ton (netje) (Schevenings) Spreekwoorden en zegswijzen
•
kantje boord
(=op het nippertje)• blijf aan jouw
kantje (=je mag hem niet aanraken, hij is niet aanspreekbaar)Naar de spreekwoorden9 definities op Encyclo
- [I] (verouderd) restje, kliekje, staartje [II] haringvaatje
- Def.: eenheid van zo'n zeshonderd à duizend haringen, afhankelijk van de grootte. Toelichting: Vijf kantjes zijn gelijk aan vier gepakte tonnen. De vangst van een gemiddelde drijfnetvisser bedraagt vijftig tot honderd kantjes.
- echt Nederlandsche handelswoorden (1914):vaatje. Een kantje haring.
- 1) Hoeveelheid haring 2) Houten harington 3) Deel van een geschrift 4) Ton haring 5) Vat gezouten haring 6) Vaatje voor haring 7) Vaatje haring 8) Beschreven bladzijde 9) Bladzijde 10) Volgeschreven bladzijde 11) Hoeveelheid 12) Uiterste rand 13) Haringvat 14) Haringvaatje 15) Harington 16) Haringmaat
- een ` onopgepakte ` ton haring. De inhoud daarvan is circa 114 liter 1 , later o.a. 118 liter 2 . De ton wordt tijdens het vissen met verse gekaakte haring gevuld. Tijdens de reis zet de vis zich en raakt vocht en dus ook volume en gewicht kwijt. Bij aankomst in de haven, of zelfs pas na het lossen wordt de t...
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
kantje (vat met gezouten haring)Op andere websites
Zoek kantje in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek kantje op
Google
Zoek kantje op
Woordenlijst.org
Zoek kantje in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek kantje op
Wikipedia