4 definities op Encyclo
  • Let op: Spelling van 1858 interlocutoir, tusschenspraak, bijöordeel. Interlocutor, tusschenspreker, gesprekvoerder; (in de taal der magnetiseurs) de geest, welke door de spraakwerktuigen van den gemagnetiseerden zieke spreekt, en van den zieke zelven onderscheiden zoude zijn. Interloqueren, tusschenspreken
  • [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] tussenspraak, tussenoordeel, bijvonnissen
  • 1) Tussenuitspraak 2) Tussenvonnis 3) Interlocutoir vonnis 4) Voorlopig vonnis
  • interlocutoir vonnis (toon de herkomst via de etymologiebank)
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
interlocutie (interlocutoir vonnis)

Op andere websites
Zoek interlocutie in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek interlocutie op Google
Zoek interlocutie op Woordenlijst.org
Zoek interlocutie in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek interlocutie op Wikipedia