• wie het lang heeft laat het lang hangen (=wie veel geld heeft, kan ook veel geld uitgeven) • wie het breed heeft laat het breed hangen (=iemand die veel geld heeft kan veel geld uitgeven) • wie de teugel slap laat hangen, kan met een mak paard nog op hol raken. (=blijf altijd aandachtig en geconcentreerd) • wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? (=wat gebeurt er nu voor iets raars?) • van leugens aaneenhangen (=altijd maar liegen) Toon alle 55 spreekwoorden die hange bevatten