deer als dialectwoord
Door (Volendams)   Dier (Nedersaksisch (NSS))   deur (Hulshouts)   deur (Schulens)   duur-kostelijk (Opglabbeeks)   duur (Opglabbeeks)  
Toon alle 26 dialectwoorden

Spreekwoorden en zegswijzen
• wat niet weet, wat niet deert (=waar je geen weet van hebt kun je ook geen last hebben)
• wat het oog niet ziet, wat het hart niet deert (=wat je niet ziet en niet weet heb je ook geen last)
• commandeer je hond en blaf zelf (=dat bevel weiger ik uit te voeren)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  • [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] leed, ongemak, hinder
  • 1) Water 2) Ellende 3) Leed 4) Hinder 5) Jammer
  • leed (toon de herkomst via de etymologiebank)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met deer:
deerlijkdeerndeernedeernisdeerniswekkend

Deze woorden eindigen op deer:
zachtsoldeersoldeerhardsoldeerEnschedeër

Herkomst volgens etymologiebank.nl
deer (leed)

Op andere websites
Zoek deer in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek deer op Google
Zoek deer op Woordenlijst.org
Zoek deer in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek deer op Wikipedia