• zoete broodjes bakken (=dingen zeggen om een goede indruk achter te laten bij mensen met invloed) • zo broos als glas (=erg breekbaar) • zich de kaas niet van het brood laten eten (=opkomen voor iets) • wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk) • wat ik je brom (=wat ik je zeg!) Toon alle 73 spreekwoorden die bro bevatten
4 definities op Encyclo
[Straattaal] vriend, broer, broeder. (Komt van het Engelse woord voor `broer`, `brother`). Categorieën: Vriendschap
1) Handelsterm
Afkorting van ‘BasisRegistratie Ondergrond’. De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is een centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond.
man of jongen met wie iemand op vriendschappelijke voet staat; vriend; maat Vaak gebruikt als aanspreekvorm, doorgaans door een man of jongen. man; kerel Vaak als linkerdeel in samenstelllingen gebruikt, met de betekenis 'bestemd voor mannen; met betrekking tot mannen; van toepassing op mannen; speciaal voor ...