|
appelenZelfst. Naamw. Meervoud van appel. Correct zijn 1: appelen 2: appels [Culinair] ronde, harde, zoetzure vrucht met een klokhuis waarin donkere pitjes zitten `rodekool met appeltjes` De appel valt niet ver van de boom. (= kinderen hebben vaak hetzelfde karakter als hun ouders) een appeltje voor de dorst bewaren (= iets als reserve voor moeilijke tijden bewaren) voor een appel en een ei (= heel goedkoop) door de zure appel bijten (= iets vervelends verdragen) appels met peren vergelijken (= verschillende dingen met elkaar vergelijken terwijl dat eigenlijk niet kan)
Tip: Na het opzoeken ziet u in de rechterkolom of een woord wel of niet goed is gespeld.
Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden| Woord begint met... © 2010 Woorden.org © 2010 K Dictionaries Ltd. Alle rechten voorbehouden |
Woorden.orgWoorden.org is een gratis te raadplegen woordenboek voor de Nederlandse taal. U vindt hier -waar aanwezig- de betekenis, de schrijfwijze of de uitspraak van circa 170.000 woorden.SpellingCorrect gespeld: 'appelen' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.Definities1 definitie gevonden op EncycloGeen synoniemen gevonden op MWB Meer info in het WikiWoordenboek Zoek appelen op met Google Recent gezochtTussen haakjes staat het aantal karakters van de omschrijving.• appelen (984) • droogvriezen (80) • subsidiëren (202) • subsidieert (120) • tong (1212) • zomerhalfjaar (88) • prijstheorie (82) • pesto (105) • sneeuw (402) • tobbe (54) • mantelzorg (345) • belooft (142) • snuiftabak (104) • G.A. (92) • alternatieven (256) • gehoosd (152) • alsnog (155) • perverteren (231) • beslaapt (93) • hesychast (140) • hesen (47) • Hesperia (118) • Hessen (94) • mictie (144) |