• van de wal in de sloot belanden (=vanuit een slechte situatie terechtkomen in een situatie die nóg slechter is) • niemand genoemd, niemand gelasterd. (=het vermijden van het noemen van namen voorkomt onnodige ruzie) • met alle zonden van Israël beladen worden (=voor alles de schuld krijgen) • je onder het juk der dwingelandij krommen (=onderworpen zijn) • je het apelazerus schrikken (=heel heftig schrikken) Toon alle 16 spreekwoorden die Ela bevatten
4 definities op Encyclo
'Ela' (Hebreeuws: אלה, '‘Ela') was volgens de Hebreeuwse Bijbel koning van het koninkrijk Israël van 877 v.Chr. tot 876 v.Chr. Hij was de zoon van Basa (1 Koningen 16:8) en regeerde twee jaar lang over Israël.
1) Korte meisjesnaam 2) Korte voornaam 3) Koning van israël